Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Handelingen 26:2

‘Ik prijs me gelukkig, koning Agrippa, dat ik me vandaag juist in uw bijzijn mag verdedigen tegen alle aanklachten die door de Joden tegen me zijn ingediend,
Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Handelingen 2:1

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Handelingen 25:22

Agrippa zei tegen Festus: ‘Ik zou die man zelf weleens willen horen.’ ‘Morgen, ‘zei Festus, ‘zult u hem horen.’
Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Mattheüs 27:29

ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,‘
Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Jesaja 30:20

De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij die jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je leermeester zien,
Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Handelingen 5:18

lieten ze de apostelen gevangennemen en opsluiten.
Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Handelingen 4:16

Ze zeiden: ‘Wat moeten we met hen doen? Voor alle inwoners van Jeruzalem is het duidelijk dat ze een wonder hebben verricht, en wij kunnen dat niet ontkennen.
Gerelateerd aan Handelingen 26:26

Mattheüs 26:5

‘Maar niet op het feest, ‘zeiden ze, ‘want dan komt het volk in opstand.’