Gerelateerd aan Genesis 50:11
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Genesis 24:6
‘Nee, ‘zei Abraham, ‘je mag mijn zoon onder geen beding daarheen terugbrengen.
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Genesis 10:15
Kanaän was de vader van Sidon, die de oudste was, en van Chet,
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Genesis 34:30
Jakob maakte Simeon en Levi verwijten. ‘Jullie hebben mij in het ongeluk gestort, ‘zei hij, ‘want jullie hebben mij een slechte naam bezorgd bij de inwoners van dit land: de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar een handjevol mannen, dus als ze met zijn allen tegen mij optrekken, zullen ze me verslaan en word ik met mijn hele familie vermoord.’
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Deuteronomium 11:30
(Deze bergen liggen ten westen van de Jordaan, ter hoogte van Gilgal, vlak bij de eiken van More. Ze zijn te bereiken over de weg die door het gebied van de Kanaänieten in de Jordaanvallei naar het westen loopt.)
Gerelateerd aan Genesis 50:11
1 Samuel 6:18
En ook nog zoveel gouden muizen als er plaatsen waren in de Filistijnse vorstendommen, van de sterkste vestingstad tot het meest afgelegen dorp. De grote steen in de akker van Josua bij Bet-Semes, waarop de ark van de HEER heeft gestaan, herinnert tot op de dag van vandaag aan deze gebeurtenis.
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Deuteronomium 3:25
Sta mij toch toe over te steken en dat goede land aan de overkant van de Jordaan te zien, die mooie bergen en de Libanon.’
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Genesis 50:10
Bij Goren-Haätad aangekomen, ten oosten van de Jordaan, hieven ze een lange, aangrijpende rouwklacht aan. Zeven dagen lang liet Jozef om zijn vader treuren.
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Genesis 13:7
Hierdoor ontstond er ruzie tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee, en ook woonden in die tijd de Kanaänieten en de Perizzieten nog in het land.
Gerelateerd aan Genesis 50:11
Deuteronomium 3:27
Beklim de Pisga en kijk vanaf de top uit naar het westen, het noorden, het oosten en het zuiden. Kijk goed om je heen, want je zult de Jordaan niet oversteken.