Gerelateerd aan Genesis 49:28
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Genesis 35:22
Tijdens Israëls verblijf in deze streek sliep Ruben eens met Bilha, zijn vaders bijvrouw. Israël hoorde ervan. Twaalf zonen had Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
1 Koningen 18:31
Hij nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen van de zonen van Jakob, tot wie de HEER had gezegd: 'Israël is je nieuwe naam.'
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Esther 9:1
De dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, brak aan, de dag waarop het bevel en de wet van de koning zouden worden uitgevoerd, de dag waarop de vijanden van de Joden hen in hun macht hoopten te krijgen. Maar het omgekeerde gebeurde: het waren juist de Joden die hun belagers in hun macht kregen.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Handelingen 26:7
Ook de twaalf stammen van ons volk hopen daarop en dienen God volhardend, dag en nacht. Omwille van deze hoop word ik door de Joden aangeklaagd, majesteit!
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Exodus 28:21
Er moeten twaalf stenen zijn, zoals er twaalf namen zijn van Isra ëls zonen: in elke steen moet de naam van een van de twaalf stammen gegraveerd worden, zoals men zegelstenen snijdt.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Openbaring 7:4
Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Esther 8:7
Koning Ahasveros zei tegen koningin Ester en tegen de Jood Mordechai: 'Hamans bezittingen heb ik al aan Ester gegeven en hijzelf is aan de paal gehangen omdat hij de Joden om het leven wilde brengen.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Esther 8:11
waarin stond dat de koning de Joden in alle steden het recht gaf om zich aaneen te sluiten en hun leven te verdedigen; iedere groep gewapenden van welk volk of uit welke provincie ook die hen en hun vrouwen en kinderen zou willen aanvallen, mochten ze tot de laatste man doden, en hun bezittingen mochten ze buitmaken.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Numeri 23:24
Zie, een volk richt zich op als een leeuw. Vol majesteit verheft het zich. Het rust pas als het zijn prooi heeft verslonden en het bloed van zijn buit heeft gedronken.'
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Esther 8:9
Meteen daarna, op de drieëntwintigste dag van de derde maand, de maand siwan, werden de schrijvers van de koning ontboden. Er werd een bevel op schrift gesteld dat precies zo luidde als Mordechai het wilde en dat gericht was aan de Joden, aan de satrapen en de gouverneurs, en aan de hoofden van alle provincies, van India tot Nubië, honderdzevenentwintig provincies. Voor elke provincie was er een bevel in haar eigen schrift en voor elk volk in zijn eigen taal, ook voor de Joden in hun eigen schrift en hun eigen taal.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Ezechiel 39:8
Het komt, het zal gebeuren-spreekt God, de HEER ! Dat zal de dag zijn waarvan ik gesproken heb.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Jakobus 1:1
Van Jakobus, dienaar van God en van de Heer Jezus Christus. Aan de twaalf stammen in de diaspora. Ik groet u.
Gerelateerd aan Genesis 49:28
Zacharia 14:1
Er komt een dag dat de HEER zal ingrijpen, Jeruzalem, dat de buit binnen je muren wordt verdeeld.