Genesis 47:7-10

SV

7En Jozef bracht zijn vader Jakob mede, en stelde hem voor Farao's aangezicht; en Jakob zegende Farao.
8En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens!
9En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen.
10En Jakob zegende Farao, en ging uit van Farao's aangezicht.

KJV

7And Joseph brought in Jacob his father, and set him before Pharaoh: and Jacob blessed Pharaoh.
8And Pharaoh said unto Jacob, How old art thou?
9And Jacob said unto Pharaoh, The days of the years of my pilgrimage are an hundred and thirty years: few and evil have the days of the years of my life been, and have not attained unto the days of the years of the life of my fathers in the days of their pilgrimage.
10And Jacob blessed Pharaoh, and went out from before Pharaoh.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.