Gerelateerd aan Genesis 46:19

Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 44:27

Maar mijn vader zei: “Zoals jullie weten heeft mijn vrouw mij twee zonen gebaard.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 37:1

Jakob vestigde zich in Kanaän, het land waar ook zijn vader gewoond had.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Exodus 1:3

Issachar, Zebulon, Benjamin,
Gerelateerd aan Genesis 46:19

1 Kronieken 2:2

Dan, Jozef en Benjamin, Naftali, Gad en Aser.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Numeri 1:36

Afstammelingen van Benjamin, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie-
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Exodus 1:5

Jozef was al langer in Egypte. In totaal waren daar toen zeventig personen die rechtstreeks van Jakob afstamden.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 29:18

Jakob was verliefd op Rachel, daarom zei hij tegen Laban: ‘Ik zal zeven jaar voor u werken om Rachel, uw jongste dochter.’
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 50:1

Jozef boog zich over zijn vader heen en kuste huilend zijn gezicht.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 35:16

(16-17) Toen ze weer uit Betel waren vertrokken en nog maar een uur of twee van Efrat verwijderd waren, moest Rachel bevallen. Het was een moeizame bevalling en ze had het erg zwaar, maar de vroedvrouw zei tegen haar: ‘Troost je: je hebt er een zoon bij!’
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Numeri 26:38

Afstammelingen van Benjamin, geordend naar geslacht: van Bela stamde het geslacht van de Balieten af, van Asbel het geslacht van de Asbelieten, van Achiram het geslacht van de Achiramieten,
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 39:1

Jozef was dus door de Ismaëlieten meegenomen naar Egypte, en daar was hij gekocht door Potifar, een vooraanstaand man die tot de hovelingen van de farao behoorde en het bevel voerde over zijn lijfwacht.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 49:22

Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot over de muur.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 47:1

Daarop ging Jozef naar de farao en deelde hem mee dat zijn vader en broers uit Kanaän waren gekomen, met hun schapen, geiten en runderen en met alles wat ze verder bezaten, en dat ze nu in Gosen waren.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 35:24

Zonen van Rachel: Jozef en Benjamin.
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Deuteronomium 33:12

Over Benjamin zei hij: ‘De HEER laat zijn lieveling bij zich schuilen. Zijn kind omarmt hem van vroeg tot laat, het nestelt zich veilig op zijn rug.’
Gerelateerd aan Genesis 46:19

Genesis 30:24

Ze noemde het kind Jozef en zei: ‘Ik hoop dat de HEER mij er nog een zoon bij geeft.’