Gerelateerd aan Genesis 42:6
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 44:14
Zo kwamen Juda en zijn broers weer in het paleis van Jozef. Hij was daar nog, en ze vielen voor hem op hun knieën.
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 18:2
Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 45:8
Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 19:1
De twee engelen kwamen ‘s avonds in Sodom aan. Lot zat juist in de stadspoort. Zodra hij hen zag stond hij op, ging hun tegemoet en boog zich diep voor hen neer.
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Handelingen 7:10
en maakte een eind aan al zijn beproevingen door hem in de gunst te laten komen bij de farao, de koning van Egypte, die hem wegens zijn wijsheid belastte met het bestuur over Egypte en hem de leiding gaf over zijn hele hofhouding.
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Openbaring 3:9
Ik zal mensen laten komen die bij Satan horen, leugenaars die zich Joden noemen en het niet zijn; zij zullen zich eerbiedig aan uw voeten neerwerpen en erkennen dat ik u heb liefgehad.
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 45:26
‘Jozef leeft nog!’ zeiden ze tegen hem. ‘En hij regeert over heel Egypte!’ Maar Jakob bleef er koud onder, want hij geloofde hen niet.
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Psalmen 105:16
Hij riep een hongersnood over het land af en vernietigde elke voorraad brood.
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 37:7
‘We waren op het land schoven aan het binden, en toen kwam mijn schoof overeind en bleef rechtop staan. En jullie schoven gingen om die van mij heen staan en bogen daarvoor.’
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 41:40
U vertrouw ik het bestuur van mijn paleis toe, en heel mijn volk zal doen wat u beveelt. Alleen door de troon zal ik boven u staan.’
Gerelateerd aan Genesis 42:6
Genesis 41:55
Toen ook de Egyptenaren honger begonnen te lijden en de mensen steeds luider om eten riepen bij de farao, zei deze tegen hen: ‘Ga maar naar Jozef en doe wat hij zegt.’