Gerelateerd aan Genesis 42:2
Gerelateerd aan Genesis 42:2
Genesis 43:8
Juda zei tegen zijn vader: ‘Geef de jongen nu maar aan mij mee, dan kunnen we vertrekken en hoeft niemand van ons om te komen, wij niet, u niet en onze kinderen niet.
Gerelateerd aan Genesis 42:2
Mattheüs 4:4
Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’
Gerelateerd aan Genesis 42:2
Genesis 43:4
Alleen als u bereid bent hem met ons mee te sturen, gaan we op reis om voedsel voor u te kopen.
Gerelateerd aan Genesis 42:2
Genesis 45:9
Ga onmiddellijk terug naar mijn vader en zeg tegen hem dat zijn zoon Jozef hem het volgende laat weten: “God heeft mij heer over heel Egypte gemaakt. Kom zo snel mogelijk naar mij toe.
Gerelateerd aan Genesis 42:2
Genesis 43:2
Toen het graan dat Jozefs broers uit Egypte hadden meegebracht op was, zei hun vader tegen hen: ‘Ga daar nog eens heen om wat voedsel voor ons te kopen.’
Gerelateerd aan Genesis 42:2
Jesaja 38:1
Omstreeks dezelfde tijd werd Hizkia dodelijk ziek. De profeet Jesaja, de zoon van Amos, kwam naar hem toe en zei: ‘Dit zegt de HEER: Maak je laatste wilsbeschikking op, want je sterft. Je zult niet meer beter worden.’
Gerelateerd aan Genesis 42:2
Psalmen 118:17
Ik zal niet sterven, maar leven en de daden van de HEER verhalen: