Gerelateerd aan Genesis 38:26
Gerelateerd aan Genesis 38:26
1 Samuel 24:17
(24:18) en zei: 'Jij staat meer in je recht dan ik, want jij hebt kwaad met goed vergolden.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Titus 2:11
Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
1 Petrus 4:2
Zo iemand laat zich gedurende de rest van zijn leven niet meer leiden door menselijke verlangens maar door Gods wil.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Genesis 37:33
Jakob herkende het en riep uit: ‘Het kleed van mijn zoon! Hij moet verslonden zijn door een roofdier! Hij is verscheurd, Jozef is verscheurd!’
Gerelateerd aan Genesis 38:26
2 Samuel 24:17
Toen David de engel die dood en verderf onder het volk zaaide zag staan, zei hij tegen de HEER: 'Ik ben het die gezondigd heeft; ik ben het die een zonde heeft begaan. Maar deze arme schapen, wat hebben zij misdaan? Hef uw hand toch op tegen mij en mijn familie!'
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Ezechiel 16:52
Jij moet je vernedering nu dragen, omdat de zonden van je zusters bij jouw daden verbleken; je hebt je zo veel gruwelijker misdragen dan zij dat het wel lijkt of zij onschuldig zijn. Schaam je en onderga nu je vernedering, want door jou lijken je zusters haast rechtvaardig.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Genesis 38:14
legde ze haar weduwedracht af, bedekte zich met een sluier zodat ze onherkenbaar was, en ging langs de weg naar Enaïm zitten, een zijweg van de weg naar Timna. Dat deed ze omdat ze nog steeds niet aan Sela tot vrouw was gegeven, hoewel die inmiddels volwassen geworden was.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Johannes 8:9
Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
2 Samuel 20:3
Toen koning David in zijn paleis in Jeruzalem kwam, stelde hij de tien bijvrouwen die hij als huisbewaarsters had achtergelaten, in bewaring in een eigen huis. Hij bleef hen onderhouden, maar hij zocht hen niet meer op. Zo bleven zij tot aan de dag van hun dood opgesloten als onbestorven weduwen.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Genesis 4:1
De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER, ‘zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Job 4:5
Maar nu word jij beproefd, en je verliest de moed, nu treft jou het onheil, en je geeft het op.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Job 34:31
Stel, een mens heeft tegen God gezegd: "Ik heb mijn straf gekregen, ik zal niets kwaads meer doen.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Mattheüs 3:8
Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn,
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Romeinen 3:19
Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Romeinen 13:12
De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
2 Samuel 16:22
Dus werd er voor Absalom een tent neergezet op het dak van het paleis, en voor de ogen van heel Israël nam Absalom bezit van de bijvrouwen van zijn vader.
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Habakuk 1:13
Uw ogen zijn te zuiver om het kwaad te kunnen aanzien, de ellende te kunnen verdragen. Waarom dan verdraagt u deze trouwelozen, zwijgt u, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?
Gerelateerd aan Genesis 38:26
Job 40:5
Ik heb eenmaal gesproken en zeg niets meer, tweemaal-en doe er het zwijgen toe.'