Gerelateerd aan Genesis 37:4

Gerelateerd aan Genesis 37:4

Genesis 27:41

Van toen af haatte Esau zijn broer omdat zijn vader hem had gezegend, en hij zei bij zichzelf: Het duurt niet lang meer of de dagen van rouw om mijn vader breken aan, dan vermoord ik Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

1 Johannes 4:20

Als iemand zegt: 'Ik heb God lief, 'maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

1 Johannes 3:12

en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Genesis 49:23

De boogschutters, zij haatten hem, zij tergden hem en schoten.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

1 Samuel 17:28

Toen Davids oudste broer Eliab hem met de soldaten hoorde praten, viel hij woedend uit: 'Wat doe je hier eigenlijk? Hoor jij niet in de woestijn op je schapen te passen? Echt iets voor jou, om met je brutale neus vooraan te willen staan als er gevochten gaat worden.'
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Genesis 37:11

De broers konden Jozef wel vermoorden, maar zijn vader bleef nadenken over wat er gebeurd was.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

1 Samuel 16:12

Isaï liet hem halen. Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. En de HEER zei: 'Hem moet je zalven. Hij is het.'
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Genesis 4:5

maar voor Kaïn en zijn offer had hij geen oog. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Psalmen 38:19

(38:20) Maar mijn vijanden leven, zij zijn sterk, zij zijn met velen en blind is hun haat.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Johannes 15:18

Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder haatte dan jullie.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Psalmen 69:4

(69:5) Talrijker dan de haren op mijn hoofd zijn zij die mij haten zonder reden, met velen zijn mijn belagers, mijn vijanden die mij bedriegen: teruggeven moet ik wat ik niet heb geroofd.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Genesis 37:18

Zijn broers zagen hem al van ver, en nog voordat hij hen had bereikt, hadden ze een plan beraamd om hem te doden.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

1 Johannes 3:10

Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Genesis 37:5

Op een keer had Jozef een droom. Toen hij die aan zijn broers vertelde, kregen ze een nog grotere hekel aan hem.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

1 Johannes 2:11

maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Johannes 7:3

en daarom spoorden Jezus’ broers hem aan: ‘Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan zien ook je leerlingen het werk dat je doet.
Gerelateerd aan Genesis 37:4

Titus 3:3

Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar.