Gerelateerd aan Genesis 37:35
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Job 2:11
Drie vrienden van Job, Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma, hoorden van de rampspoed die hem had getroffen, en ze besloten hem op te zoeken. Onderweg ontmoetten ze elkaar, en samen gingen ze naar hem toe om hun medeleven te tonen en hem te troosten.
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Genesis 42:38
Maar Jakob weigerde. ‘Mijn zoon gaat niet met jullie mee, ‘zei hij, ‘want zijn broer is dood, en hij is nog maar alleen over. Als hem onderweg iets zou overkomen, dan zou ik, die al zo oud ben, door jullie schuld van verdriet in het dodenrijk komen.’
Gerelateerd aan Genesis 37:35
2 Samuel 12:17
De hovelingen probeerden hem ertoe te bewegen van de grond op te staan, maar hij weigerde, en hij wilde ook geen eten aannemen.
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Genesis 42:31
We zeiden hem dat we eerlijke mensen waren en dat we nooit spionnen zijn geweest,
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Jeremia 31:15
Dit zegt de HEER: In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer.
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Genesis 31:43
Toen zei Laban tegen Jakob: ‘Dit zijn mijn eigen dochters, mijn eigen kleinkinderen en mijn eigen dieren; alles wat je ziet is van mij. Hoe zou ik nu mijn eigen dochters iets kunnen aandoen, of de kinderen die zij ter wereld hebben gebracht?
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Genesis 45:28
‘Zo weet ik genoeg, ‘zei Israël, ‘mijn zoon Jozef is nog in leven. Ik wil naar hem toe, ik wil hem zien voordat ik sterf.’
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Psalmen 77:2
(77:3) Op de dag van mijn nood zoek ik de Heer, bij nacht hef ik mijn handen, rusteloos, mijn ziel laat zich niet troosten.
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Genesis 44:29
Als jullie nu ook de andere bij mij weghalen en er overkomt hem iets, dan zou ik, die al zo oud ben, door jullie schuld van ellende in het dodenrijk komen.”
Gerelateerd aan Genesis 37:35
Genesis 35:22
Tijdens Israëls verblijf in deze streek sliep Ruben eens met Bilha, zijn vaders bijvrouw. Israël hoorde ervan. Twaalf zonen had Jakob.