Gerelateerd aan Genesis 35:7

Gerelateerd aan Genesis 35:7

Genesis 35:3

Laten we naar Betel gaan: daar wil ik een altaar bouwen voor de God die naar mij heeft omgezien toen ik diep in de ellende zat en die mij op mijn hele reis ter zijde heeft gestaan.’
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Genesis 35:1

God zei tegen Jakob: ‘Ga naar Betel. Blijf daar en bouw er een altaar voor de God die daar aan jou verschenen is toen je op de vlucht was voor je broer Esau.’
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Genesis 28:13

Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Genesis 28:19

Hij gaf die plaats de naam Betel; vroeger heette het daar Luz.
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Ezechiel 48:35

De omtrek van de stad bedraagt 18.000 el. Voortaan heet de stad: 'De HEER is daar!'
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Richteren 6:24

Gideon bouwde op die plek een altaar voor de HEER, en noemde het 'De HEER geeft rust'. Tot op de dag van vandaag staat dat altaar op het land van de afstammelingen van Abiëzer in Ofra.
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Prediker 5:4

(5:3) Wanneer je God toch een gelofte doet, los die dan ook spoedig in. God is niet gesteld op dwazen. Los dus je geloften in.
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Exodus 17:15

Toen bouwde Mozes een altaar, en hij noemde het 'De HEER is mijn banier'.
Gerelateerd aan Genesis 35:7

Genesis 28:22

Deze steen die ik gewijd heb, zal dan een huis van God worden-en ik beloof dat ik u dan een tiende deel zal afstaan van alles wat u mij geeft.’