Gerelateerd aan Genesis 35:12

Gerelateerd aan Genesis 35:12

Genesis 28:13

Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven.
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Genesis 12:7

Maar de HEER verscheen aan Abram en zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’ Toen bouwde Abram op die plaats een altaar voor de HEER, die aan hem verschenen was.
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Genesis 26:3

Blijf voorlopig in dit land, ik zal je ter zijde staan en je zegenen: ik zal dit hele gebied aan jou en je nakomelingen geven en zo de eed gestand doen die ik je vader Abraham heb gezworen.
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Exodus 3:8

Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Genesis 15:18

Die dag sloot de HEER een verbond met Abram. ‘Dit land, ‘zei hij, ‘geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat:
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Genesis 48:4

Hij heeft me gezegd: “Ik zal je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven; er zal een groot aantal volken uit je voortkomen. En dit land zal ik jouw nakomelingen voor altijd in bezit geven.”
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Genesis 13:14

Nadat Lot was weggegaan, zei de HEER tegen Abram: ‘Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Jozua 6:1

Jericho was toen al volkomen afgegrendeld uit angst voor de Israëlieten, er kon niemand in of uit.
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Genesis 28:3

God, de Ontzagwekkende, moge je zegenen, je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven, zodat er een groot aantal volken uit je voortkomt.
Gerelateerd aan Genesis 35:12

Nehemia 13:1

In die tijd las men het volk voor uit het boek van Mozes. Daarin bleek te zijn opgetekend dat Ammonieten en Moabieten nooit ofte nimmer tot Gods gemeenschap mogen worden toegelaten,