Gerelateerd aan Genesis 34:20
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Ruth 4:1
Boaz was intussen naar de poort gegaan en daar gaan zitten. Toen kwam de man voorbij van wie hij gesproken had-zijn naam is niet van belang-en hij zei: 'Kom hier even bij me zitten.' De man deed wat hem gevraagd werd.
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Spreuken 31:23
Haar man geniet bekendheid in de stad, hij vergadert met de oudsten in de poort.
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Zacharia 8:16
Hier moeten jullie je aan houden: Spreek de waarheid tegen elkaar, bewaar de vrede door eerlijk en rechtvaardig recht te spreken;
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Amos 5:12
Want ik weet hoe talrijk jullie misdaden zijn, hoe groot jullie zonden: jullie keren je tegen de onschuldigen, jullie ontvangen steekpenningen, jullie ontnemen de armen in de poort hun recht.
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Amos 5:10
Jullie verachten hen die in de poort het recht verdedigen, jullie verafschuwen hen die de waarheid spreken.
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Genesis 23:10
Onder de Hethieten die daar zaten, bevond zich ook Efron zelf. Zo luid dat allen die in de stadspoort bijeen waren gekomen het konden horen, zei hij tegen Abraham:
Gerelateerd aan Genesis 34:20
2 Samuel 15:2
Elke ochtend vroeg stelde hij zich op bij de stadspoort. Hij sprak iedereen aan die op weg was naar de koning om een uitspraak te vragen in een rechtsgeschil. 'Waar komt u vandaan?' vroeg hij dan, en wanneer het antwoord luidde: 'Uit dat en dat stamgebied van Israël,'
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Genesis 22:17
zal ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen.
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Job 29:7
Wanneer ik naar de stadspoort ging om mijn plaats op het plein in te nemen,
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Amos 5:15
Haat het kwade, heb het goede lief en zorg dat er recht gedaan wordt in de poort. Misschien zal dan de HEER, de God van de hemelse machten, genade schenken aan wie er overgebleven zijn van Jozefs volk.
Gerelateerd aan Genesis 34:20
Deuteronomium 17:5
dan moet u de man of vrouw die zich zo misdragen heeft de stad uit brengen en buiten de poort stenigen tot de dood erop volgt.