Gerelateerd aan Genesis 33:20
Gerelateerd aan Genesis 33:20
Genesis 12:7
Maar de HEER verscheen aan Abram en zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’ Toen bouwde Abram op die plaats een altaar voor de HEER, die aan hem verschenen was.
Gerelateerd aan Genesis 33:20
Genesis 32:28
(32:29) Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
Gerelateerd aan Genesis 33:20
Genesis 21:33
Abraham plantte in Berseba een tamarisk en riep er de naam van de HEER, de eeuwige God, aan.
Gerelateerd aan Genesis 33:20
Genesis 35:7
bouwde hij er een altaar; hij noemde die plaats ‘God is in Betel’, omdat God zich daar aan hem geopenbaard had toen hij op de vlucht was voor zijn broer.
Gerelateerd aan Genesis 33:20
Genesis 13:18
Toen brak Abram op en ging wonen bij de eiken van Mamre, bij Hebron. Daar bouwde hij een altaar voor de HEER.
Gerelateerd aan Genesis 33:20
Genesis 8:20
Noach bouwde een altaar voor de HEER; daarop bracht hij brandoffers van al het reine vee en alle reine vogels.