Gerelateerd aan Genesis 32:22-32

Gerelateerd aan Genesis 32:22

Deuteronomium 3:16

De stammen Ruben en Gad gaf ik het stuk ten zuiden van Gilead tot aan het Arnondal, vanaf het midden van de Arnon, die een natuurlijke grens vormt, tot aan het dal van de Jabbok, de grens met het land van de Ammonieten.
Gerelateerd aan Genesis 32:22

Jozua 12:2

Koning Sichon van de Amorieten, die in Chesbon zetelde. Hij heerste vanaf Aroër aan de rand van het Arnondal, beter gezegd, vanaf de middenloop van de Arnon, tot aan het dal van de Jabbok, dat de grens met het land van de Ammonieten vormde. Zijn gebied omvatte de ene helft van Gilead
Gerelateerd aan Genesis 32:22

Deuteronomium 2:37

Maar het land van de Ammonieten, het hele stroomgebied rond de bovenloop van de Jabbok en de steden in de bergen, hebben we ongemoeid gelaten, want die gebieden had de HEER, onze God, ons ontzegd.
Gerelateerd aan Genesis 32:22

1 Timotheüs 5:8

Wie niet voor de eigen familie zorgt, zelfs niet voor huisgenoten, heeft het geloof verloochend en is slechter dan een ongelovige.
Gerelateerd aan Genesis 32:22

Genesis 35:18

En terwijl het leven al van haar week-want ze stierf-gaf zij hem de naam Ben-Oni. Maar zijn vader noemde hem Benjamin.
Gerelateerd aan Genesis 32:22

Genesis 35:22

Tijdens Israëls verblijf in deze streek sliep Ruben eens met Bilha, zijn vaders bijvrouw. Israël hoorde ervan. Twaalf zonen had Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 32:22

Genesis 29:21

Toen zei Jakob tegen Laban: ‘De termijn is om. Geef me nu mijn vrouw, ik wil met haar slapen.’
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Hosea 12:3

(12:4) Al in de moederschoot heeft hij zijn broer beetgenomen, en in de kracht van zijn leven worstelde hij met God.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Lukas 13:24

‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Genesis 32:28

(32:29) Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Efeze 6:12

Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Genesis 32:30

(32:31) Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want, ‘zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.’
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Efeze 6:18

Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Genesis 30:8

‘Ik heb een zware strijd met mijn zuster gevoerd, ‘zei Rachel, ‘maar ik heb gewonnen.’ Ze noemde het kind Naftali.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Lukas 22:44

Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

1 Korinthe 15:47

De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Hebreeën 5:7

Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot hem die hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Genesis 48:16

de engel die mij heeft bevrijd van alle onheil, hij geve deze jongens zijn zegen. Moge mijn naam door hen voortleven, en ook die van mijn voorouders Abraham en Isaak, en mogen zij zich over de hele aarde uitbreiden.’
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Romeinen 8:26

De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten.
Gerelateerd aan Genesis 32:24

Kolossensen 4:12

Epafras, een dienaar van Christus Jezus en een van u, groet u; in al zijn gebeden strijdt hij voor u en bidt hij dat u als volmaakte mensen en met volle overtuiging zult vasthouden aan alles wat God wil.
1
2
3
4
5
6
Volgende