Gerelateerd aan Genesis 30:4

Gerelateerd aan Genesis 30:4

Genesis 33:2

De bijvrouwen en hun kinderen liet hij voorop gaan, Lea en haar kinderen daarachter, en Rachel en Jozef helemaal achteraan.
Gerelateerd aan Genesis 30:4

Genesis 25:6

De zonen van zijn bijvrouwen gaf hij nog tijdens zijn leven geschenken, en hij stuurde hen weg naar een land in het oosten, Kedem, ver bij zijn zoon Isaak vandaan.
Gerelateerd aan Genesis 30:4

Genesis 21:10

Daarom zei ze tegen Abraham: ‘Jaag die slavin en haar zoon weg, want ik wil niet dat mijn zoon Isaak later de erfenis moet delen met de zoon van die slavin.’
Gerelateerd aan Genesis 30:4

Genesis 16:3

en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän.
Gerelateerd aan Genesis 30:4

Genesis 25:1

Abraham nam een andere vrouw, Ketura.
Gerelateerd aan Genesis 30:4

2 Samuel 12:11

Dit zegt de HEER: Je eigen familie zal een bron van ellende voor je worden. Je zult moeten aanzien dat ik je vrouwen aan een ander geef, aan iemand van je eigen familie. Die zal met je vrouwen slapen op klaarlichte dag.
Gerelateerd aan Genesis 30:4

Genesis 35:22

Tijdens Israëls verblijf in deze streek sliep Ruben eens met Bilha, zijn vaders bijvrouw. Israël hoorde ervan. Twaalf zonen had Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 30:4

Genesis 22:24

Ook zijn bijvrouw, die Reüma heette, bracht kinderen ter wereld: Tebach, Gacham, Tachas en Maächa.