Gerelateerd aan Genesis 29:35
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Mattheüs 1:2
Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers,
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Genesis 49:8
Juda, jou zullen je broers bejubelen, voor jou buigt de vijand de nek, voor jou zullen mijn zonen zich buigen.
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Genesis 38:1
In diezelfde tijd verliet Juda zijn broers en sloot hij zich aan bij een zekere Chira, een man die in Adullam woonde.
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Genesis 44:18
Juda deed een stap naar voren en zei: ‘Neemt u mij niet kwalijk, heer. U bent als de farao, maar sta uw dienaar alstublieft toe iets tegen u te zeggen, zonder dat u in woede ontsteekt.
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Genesis 43:8
Juda zei tegen zijn vader: ‘Geef de jongen nu maar aan mij mee, dan kunnen we vertrekken en hoeft niemand van ons om te komen, wij niet, u niet en onze kinderen niet.
Gerelateerd aan Genesis 29:35
1 Kronieken 5:2
Juda was sterker dan zijn broers en er is een vorst uit hem voortgekomen, maar het eerstgeboorterecht ging over op Jozef-
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Deuteronomium 33:7
Dit zei hij over Juda: ‘O HEER, hoor Juda’s hulpgeroep, laat zijn strijders behouden huiswaarts keren, want ze voeren een eenzame strijd. Sta hun ter zijde tegen hun vijanden.’
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Genesis 35:26
Zonen van Lea’s slavin Zilpa: Gad en Aser. Dit waren de zonen van Jakob, die hij in Paddan-Aram kreeg.
Gerelateerd aan Genesis 29:35
Genesis 46:12
Zonen van Juda: Er, Onan, Sela, Peres en Zerach. Er en Onan waren in Kanaän gestorven. Zonen van Peres: Chesron en Chamul.