Gerelateerd aan Genesis 27:45

Gerelateerd aan Genesis 27:45

Genesis 4:8

Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.
Gerelateerd aan Genesis 27:45

Klaagliederen 3:37

Wie is het die spreekt, en het is er? Zou de Heer het niet zijn die gebiedt?
Gerelateerd aan Genesis 27:45

Jakobus 4:13

Dan iets voor u die zegt: 'Vandaag of morgen gaan wij naar die en die stad. Daar blijven we een jaar, we zullen er handeldrijven en geld verdienen.'
Gerelateerd aan Genesis 27:45

Genesis 9:5

En ik zal genoegdoening eisen wanneer jullie eigen bloed, waarin je levenskracht schuilt, wordt vergoten; ik eis daarvoor genoegdoening van mens en dier. Van iedereen die zijn medemens doodt, eis ik genoegdoening.
Gerelateerd aan Genesis 27:45

Handelingen 28:4

Toen de Maltezers het beest aan zijn hand zagen hangen, zeiden ze tegen elkaar: ‘Die man is vast een moordenaar. Hij is aan de zee ontsnapt, maar Dikè wil niet dat hij blijft leven.’
Gerelateerd aan Genesis 27:45

2 Samuel 14:6

Op een keer kregen mijn twee zonen ruzie buiten op het veld, en er was niemand die tussenbeide kwam. Toen heeft de een de ander doodgeslagen.
Gerelateerd aan Genesis 27:45

Spreuken 19:21

Een mens maakt allerlei plannen, wat wordt uitgevoerd, is het plan van de HEER.
Gerelateerd aan Genesis 27:45

Genesis 27:35

Maar Isaak antwoordde: ‘Je broer is me komen bedriegen en is er met jouw zegen vandoor gegaan.’