Gerelateerd aan Genesis 27:42
Gerelateerd aan Genesis 27:42
1 Samuel 30:5
Ook de beide vrouwen van David waren verdwenen: Achinoam uit Jizreël en Abigaïl, de vroegere vrouw van Nabal uit Karmel.
Gerelateerd aan Genesis 27:42
Genesis 42:21
en ze zeiden tegen elkaar: ‘Dit is onze straf omdat we ons niets hebben aangetrokken van de smeekbeden van onze broer, terwijl we toch zagen dat hij doodsbenauwd was. Daardoor zitten wij nu in de ellende.’
Gerelateerd aan Genesis 27:42
Job 20:12
Hoewel het kwaad hem zoet smaakt in de mond en hij het verbergt onder zijn tong,
Gerelateerd aan Genesis 27:42
Genesis 37:18
Zijn broers zagen hem al van ver, en nog voordat hij hen had bereikt, hadden ze een plan beraamd om hem te doden.
Gerelateerd aan Genesis 27:42
Spreuken 4:16
Ze gaan niet slapen voor ze kwaad hebben gedaan; wanneer ze anderen niet ten val brengen, worden ze van hun rust beroofd.
Gerelateerd aan Genesis 27:42
Psalmen 64:5
(64:6) Ze wapenen zich met kwade woorden, overwegen het zetten van een val, en zeggen: 'Wie zou het zien?'
Gerelateerd aan Genesis 27:42
Spreuken 2:14
genieten van hun slechte daden, staan te juichen bij hun valse streken,