Gerelateerd aan Genesis 27:38

Gerelateerd aan Genesis 27:38

Hebreeën 12:17

U weet immers dat hij daarna, toen hij alsnog de zegen wilde verkrijgen, afgewezen werd; hij kreeg geen kans meer om het goed te maken, ook al smeekte hij er in tranen om.
Gerelateerd aan Genesis 27:38

Genesis 27:34

Toen Esau dat van zijn vader hoorde, slaakte hij een wilde, wanhopige kreet en hij smeekte zijn vader: ‘Zegen mij, zegen ook mij, vader!’
Gerelateerd aan Genesis 27:38

Jesaja 65:14

mijn dienaren zullen juichen van vreugde, maar jullie schreeuwen het vertwijfeld uit en weeklagen, vanwege een gebroken geest.
Gerelateerd aan Genesis 27:38

Jesaja 32:10

Over iets meer dan een jaar zullen jullie sidderen, jullie die nu nog vol vertrouwen zijn. Want dan is er geen wijnoogst meer, geen pluk die nog vruchten oplevert.
Gerelateerd aan Genesis 27:38

Genesis 27:36

Toen zei Esau: ‘Niet voor niets heet hij Jakob: hij heeft me nu al twee keer beetgenomen. Eerst heeft hij me mijn eerstgeboorterecht afgenomen en nu ook nog mijn zegen!’ Daarna vroeg hij: ‘Hebt u dan geen zegen meer over voor mij?’
Gerelateerd aan Genesis 27:38

Spreuken 1:24

Maar toen ik je riep, wees je me af, toen ik je mijn hand bood, nam je die niet aan.
Gerelateerd aan Genesis 27:38

Genesis 49:28

Dit waren alle stammen van Israël, twaalf in getal, en met deze woorden gaf hun vader elk van hen een eigen zegen.