Gerelateerd aan Genesis 27:1
Gerelateerd aan Genesis 27:1
1 Samuel 3:2
Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien.
Gerelateerd aan Genesis 27:1
Genesis 48:10
Doordat Israël al oud was, waren zijn ogen dof geworden, hij kon niet goed meer zien. Toen Jozef zijn zonen dichter naar hem toe had gebracht, kuste en omhelsde Israël hen.
Gerelateerd aan Genesis 27:1
Johannes 9:3
‘Hij niet en zijn ouders ook niet, ‘was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.
Gerelateerd aan Genesis 27:1
Genesis 25:23
De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’
Gerelateerd aan Genesis 27:1
Prediker 12:3
De dag waarop de wachter trillend voor het huis staat, de soldaten kromgebogen voortgaan, de maalsters langzaamaan verdwijnen, de vrouwen uit het venster staren en een schaduw lijken.