Gerelateerd aan Genesis 20:4
Gerelateerd aan Genesis 20:4
1 Kronieken 21:17
en David zei tegen God: 'Ik was het toch die opdracht heeft gegeven tot een volkstelling? Ik ben het die gezondigd heeft; ik ben het die verkeerd heeft gehandeld. Maar deze arme schapen, wat hebben zij misdaan? HEER, mijn God, hef uw hand toch op tegen mij en mijn familie, in plaats van uw volk met deze plaag te treffen!'
Gerelateerd aan Genesis 20:4
Genesis 18:23
Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt u dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen?
Gerelateerd aan Genesis 20:4
Genesis 20:17
Toen bad Abraham tot God, en God genas Abimelech en zijn vrouw en bijvrouwen, zodat ze weer kinderen konden krijgen;
Gerelateerd aan Genesis 20:4
Genesis 20:6
God antwoordde hem in zijn droom: ‘Ik weet heel goed dat je dit met een zuiver geweten gedaan hebt. Daarom heb ik je er ook van weerhouden tegen mij te zondigen en heb ik verhinderd dat je haar zou aanraken.
Gerelateerd aan Genesis 20:4
2 Samuel 4:11
En nu hebben sluipmoordenaars als jullie een onschuldig man in zijn huis op zijn bed vermoord! Zou ik dan niet zijn bloed aan jullie wreken en jullie van de aarde wegvagen?'
Gerelateerd aan Genesis 20:4
Genesis 19:24
Toen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra