Genesis 19:24-28

SV

24Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel.
25En Hij keerde deze steden om, en die ganse vlakte, en alle inwoners dezer steden, ook het gewas des lands.
26En zijn huisvrouw zag om van achter hem; en zij werd een zoutpilaar.
27En Abraham maakte zich deszelven morgens vroeg op, naar de plaats, waar hij voor het aangezicht des HEEREN gestaan had.
28En hij zag naar Sodom en Gomorra toe, en naar het ganse land van die vlakte; en hij zag, en ziet, er ging een rook van het land op, gelijk de rook eens ovens.

KJV

24Then the LORD rained upon Sodom and upon Gomorrah brimstone and fire from the LORD out of heaven;
25And he overthrew those cities, and all the plain, and all the inhabitants of the cities, and that which grew upon the ground.
26But his wife looked back from behind him, and she became a pillar of salt.
27And Abraham gat up early in the morning to the place where he stood before the LORD:
28And he looked toward Sodom and Gomorrah, and toward all the land of the plain, and beheld, and, lo, the smoke of the country went up as the smoke of a furnace.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.