Gerelateerd aan Genesis 14:1

Gerelateerd aan Genesis 14:1

Genesis 10:10

De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Genesis 10:22

Zonen van Sem: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Genesis 11:2

Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden ze zich.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Jesaja 11:11

Op die dag heft de Heer opnieuw zijn hand op om de overlevenden van zijn volk vrij te kopen uit Assyrië en Egypte, uit Patros, Nubië en Elam, uit Sinear en Hamat, en van de eilanden in zee.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Daniel 1:2

De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda, aan hem uit en gaf hem een deel van de voorwerpen van Gods tempel in handen. Hij nam ze mee naar Sinear, naar de tempel van zijn eigen god, en liet ze daar in de schatkamer zetten.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Jeremia 25:25

de koningen van Zimri, de koningen van Elam en de koningen van Medië;
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Jesaja 22:6

Elam had de pijlkoker gegrepen, de strijdwagens en de ruiters stonden gereed, Kir had het schild geheven.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Zacharia 5:11

Hij antwoordde: 'Ze gaan er in Sinear een tempel voor bouwen, en wanneer die klaar is, wordt het daar op een voetstuk gezet.'
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Jeremia 49:34

De HEER richtte tot de profeet Jeremia de volgende woorden over Elam, in het begin van de regering van koning Sedekia van Juda:
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Jesaja 21:2

Een aangrijpend visioen heeft de HEER mij geopenbaard: de verrader pleegt verraad, de verwoester verwoest. Inwoners van Elam, val aan! Meden, sla het beleg! De HEER maakt aan het lijden van de verdrukten een eind.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Ezechiel 32:24

Daar ligt Elam, met heel het volk rondom het graf van de koning, allemaal zijn ze gesneuveld, gevallen door het zwaard. Als onbesnedenen zijn ze afgedaald naar de onderwereld-eens zaaiden ze angst in het land van de levenden, nu moeten ze hun schande dragen met degenen die in het graf zijn afgedaald.
Gerelateerd aan Genesis 14:1

Jesaja 37:12

Gozan, Charan, Resef en de inwoners van Eden in Telassar, die door mijn voorouders werden uitgeroeid, zijn toch ook niet door hun goden gered?