Gerelateerd aan Genesis 10:19
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Genesis 14:2
brak er oorlog uit tussen hen en koning Bera van Sodom, koning Birsa van Gomorra, koning Sinab van Adma, koning Semeber van Seboïm en de koning van Bela, het huidige Soar.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Genesis 19:24
Toen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Deuteronomium 32:8
Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk en de mensen ieder hun deel gaf, bepaalde hij de grenzen voor alle volken naar het aantal nazaten van Israël,
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Genesis 26:1
Eens brak er in het land hongersnood uit (een andere dan de hongersnood die er vroeger was geweest, in de tijd van Abraham), en daarom ging Isaak naar Gerar, de stad van Abimelech, de koning van de Filistijnen.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Numeri 34:2
'Deel de Israëlieten het volgende mee: "Wanneer jullie in Kanaän zijn aangekomen, zullen dit de grenzen zijn van het grondgebied dat jullie toevalt:
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Richteren 16:1
Op een keer was Simson in Gaza. Daar viel zijn oog op een hoer en hij ging bij haar naar binnen.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Jozua 12:7
Daarna veroverde Israël onder aanvoering van Jozua het gebied ten westen van de Jordaan, van Baäl-Gad in de Libanonvallei tot aan de Kale Bergen, die oplopen naar Seïr. Jozua gaf Israël dit gebied in bezit volgens de indeling in stammen.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Jeremia 25:20
en alle vreemdelingen die er woonden; alle koningen van het land Us; alle koningen van het land van de Filistijnen: die van Askelon, Gaza, Ekron en wat er nog over was van Asdod;
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Genesis 13:10
Lot liet zijn blik rondgaan en zag hoe rijk aan water de hele Jordaanvallei was; voordat Sodom en Gomorra door de HEER werden verwoest, was de vallei tot aan Soar toe even waterrijk als de tuin van de HEER en als Egypte.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Jozua 14:1
(1-2) Dan volgen nu de gebieden die de Israëlieten in Kanaän in bezit kregen en die door de priester Eleazar, door Jozua, de zoon van Nun, en door de stamhoofden van Israël door loting werden toegewezen aan de tweede helft van de stam Manasse en aan de negen andere stammen, zoals de HEER hun bij monde van Mozes had opgedragen.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Genesis 18:20
Daarom zei de HEER: ‘Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Genesis 20:1
Abraham brak op en trok naar de Negev, waar hij tussen Kades en Sur ging wonen. Toen hij een tijdlang in Gerar verbleef,
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Hosea 11:8
Ach Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven? Hoe zou ik je kunnen uitleveren, Israël? Zou ik je prijsgeven als Adma, je laten ondergaan als Seboïm? Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen.
Gerelateerd aan Genesis 10:19
Genesis 15:18
Die dag sloot de HEER een verbond met Abram. ‘Dit land, ‘zei hij, ‘geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat: