Gerelateerd aan Galaten 2:6
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Galaten 2:2
Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Handelingen 10:34
Daarop nam Petrus het woord en zei: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen,
Gerelateerd aan Galaten 2:6
2 Korinthe 12:11
Ik heb me aangesteld als een dwaas, maar u hebt me ertoe gedwongen. U had me moeten aanbevelen. Want ik mag dan onbeduidend zijn, ik doe toch echt niet onder voor die geweldige apostelen.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Galaten 6:3
Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Romeinen 2:11
God maakt geen onderscheid.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
2 Korinthe 11:5
Ik denk dat ik in geen enkel opzicht de mindere ben van die geweldige apostelen van u.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Hebreeën 13:17
Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
2 Korinthe 11:21
Nu, ik moet u tot mijn schande bekennen dat wij daarvoor te zwak zijn geweest. Als anderen over zichzelf durven op te scheppen, durf ik het ook. Ik ben toch maar een dwaas.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
1 Petrus 1:17
En aangezien u hem die iedereen beoordeelt naar zijn daden, zonder aanzien des persoons, Vader noemt, moet u tijdens uw leven als vreemdeling ook ontzag voor hem hebben.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Job 32:6
En Elihu, de zoon van Barachel uit Buz, nam het woord: 'Ik ben nog jong, en jullie zijn oud, daarom hield ik mij stil. In jullie bijzijn durfde ik mijn mening niet te geven.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Lukas 20:21
Ze vroegen hem het volgende: ‘Meester, we weten dat wat u zegt en leert juist is en dat u spreekt zonder aanzien des persoons, en dat u in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Handelingen 15:6
De apostelen en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Markus 12:14
Toen ze bij hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat u oprecht bent en dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?’
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Hebreeën 13:7
Denk aan uw leiders, die het woord van God aan u hebben verkondigd, neem een voorbeeld aan hun geloof en kijk vooral goed hoe hun levenswandel eindigt.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Markus 6:17
Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Mattheüs 22:16
Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Job 34:19
Die geen partij kiest voor de vorsten en de rijken niet begunstigt boven de geringen, omdat zij allen het werk van zijn handen zijn?
Gerelateerd aan Galaten 2:6
2 Korinthe 5:16
Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Job 32:17
Nu is het mijn beurt om te spreken, ik wil ook mijn mening geven.
Gerelateerd aan Galaten 2:6
Galaten 2:9
en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen.