Gerelateerd aan Filippensen 4:11
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
1 Timotheüs 6:6
Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst.
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
Hebreeën 13:5
Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten,’
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
Mattheüs 6:31
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
2 Korinthe 9:8
God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
Filippensen 3:8
Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
2 Korinthe 8:9
Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
Hebreeën 10:34
U hebt meegeleefd met de gevangenen onder u, en toen u van uw bezittingen beroofd werd, hebt u dat in vreugde aanvaard, in de wetenschap dat u iets beters bezit, een blijvend bezit voor uzelf.
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
2 Korinthe 6:10
we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles.
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
1 Korinthe 4:11
Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos,
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
2 Korinthe 11:27
Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren.
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
Lukas 3:14
Ook soldaten kwamen hem vragen: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’
Gerelateerd aan Filippensen 4:11
Genesis 28:20
Daarna legde hij een gelofte af: ‘Als God mij ter zijde staat en mij op deze reis beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam,