Gerelateerd aan Filippensen 3:4-6
Gerelateerd aan Filippensen 3:4
2 Korinthe 11:18
Wanneer er zo velen zijn die zich op hun afkomst laten voorstaan, zal ik dat ook maar doen.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
2 Korinthe 11:22
Zijn zij Hebreeën? Dat ben ik ook. Zijn zij Israëlieten? Dat ben ik ook. Zijn zij nakomelingen van Abraham? Dat ben ik ook.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Romeinen 11:1
Dan is nu mijn vraag: heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet. Ik ben immers zelf een Israëliet, een nakomeling van Abraham, afkomstig uit de stam Benjamin.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Handelingen 23:6
Paulus wist dat het Sanhedrin deels uit Sadduceeën bestond en deels uit Farizeeën, en daarom riep hij hun toe: ‘Broeders, ik ben een Farizeeër uit een geslacht van Farizeeën, en ik sta hier terecht omwille van de verwachting dat de doden zullen opstaan!’
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Handelingen 26:4
Het is alle Joden bekend welk leven ik sinds mijn vroegste jeugd te midden van mijn volk en in Jeruzalem heb geleid;
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Genesis 17:12
In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is. Dit geldt niet alleen voor wie tot je eigen volk behoort maar ook voor jullie slaven, of ze nu bij jullie geboren zijn of van vreemdelingen zijn gekocht;
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Handelingen 22:3
‘Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. Ik ben een vurig dienaar van God, en u allen geeft vandaag blijk van hetzelfde.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Genesis 14:13
Dit werd door een vluchteling aan Abram gemeld, die bij de eiken van de Amoriet Mamre woonde, de broer van Eskol en Aner; Mamre en zijn broers hadden met de Hebreeër Abram een bondgenootschap gesloten.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Handelingen 6:1
Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
1 Samuel 4:6
De Filistijnen hoorden het lawaai en vroegen: 'Wat klinkt daar voor gejuich uit het kamp van de Hebreeën?' Toen ze vernamen dat de ark van de HEER in het legerkamp was aangekomen,
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Jona 1:9
Jona antwoordde: 'Ik ben een Hebreeër en ik vereer de HEER, de God van de hemel, de God die de zee en het land gemaakt heeft.'
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Johannes 7:21
Jezus antwoordde: ‘Eén ding heb ik gedaan, en u staat allemaal versteld.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Genesis 40:15
Want eerst ben ik ontvoerd uit het land van de Hebreeën en daarna hebben ze me hier in de kerker geworpen, zonder dat ik ook maar iets heb misdaan.’
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Genesis 41:12
Er was daar ook een jonge Hebreeër, een slaaf van de commandant van de lijfwacht. Toen we hem onze dromen vertelden, legde hij ze uit; hij gaf ons allebei de verklaring van onze droom.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Lukas 1:59
Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader.
Gerelateerd aan Filippensen 3:5
Lukas 2:21
Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.
Gerelateerd aan Filippensen 3:6
Handelingen 8:3
Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis.
Gerelateerd aan Filippensen 3:6
Galaten 1:13
U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien.
Gerelateerd aan Filippensen 3:6
Handelingen 26:9
Indertijd vond ik dat ik de verspreiding van de naam van Jezus van Nazaret met kracht moest tegengaan,
Gerelateerd aan Filippensen 3:6
Handelingen 22:3
‘Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. Ik ben een vurig dienaar van God, en u allen geeft vandaag blijk van hetzelfde.
1
2