Filippensen 2:26-30

SV

26Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.
27En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
28Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende, wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn.
29Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.
30Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.

KJV

26For he longed after you all, and was full of heaviness, because that ye had heard that he had been sick.
27For indeed he was sick nigh unto death: but God had mercy on him; and not on him only, but on me also, lest I should have sorrow upon sorrow.
28I sent him therefore the more carefully, that, when ye see him again, ye may rejoice, and that I may be the less sorrowful.
29Receive him therefore in the Lord with all gladness; and hold such in reputation:
30Because for the work of Christ he was nigh unto death, not regarding his life, to supply your lack of service toward me.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.