Gerelateerd aan Ezra 4:7

Gerelateerd aan Ezra 4:7

2 Koningen 18:26

Eljakim, Sebna en Joach zeiden tegen de rabsake: 'Spreek alstublieft Aramees met ons, heer; wij verstaan dat. Spreek toch geen Judees met ons, het volk op de muur luistert mee.'
Gerelateerd aan Ezra 4:7

Daniel 2:4

De Chaldeeën zeiden tegen de koning: 'Majesteit, leef in eeuwigheid! Vertel uw dienaren uw droom, dan zullen wij hem verklaren.'
Gerelateerd aan Ezra 4:7

Jesaja 36:11

Eljakim, Sebna en Joach zeiden tegen de rabsake: ‘Spreek alstublieft Aramees met ons, heer; wij verstaan dat. Spreek toch geen Judees tegen ons, het volk op de muur luistert mee.’
Gerelateerd aan Ezra 4:7

Ezra 4:9

'Van Rechum, het hoofd van de kanselarij, en van Simsai, de hofschrijver, en van hun overige ambtgenoten: rechters, afgezanten, ambtenaren, mannen uit Sippar, Uruk, Babel en Susa (dat zijn Elamieten),
Gerelateerd aan Ezra 4:7

Ezra 5:6

Afschrift van de brief die Tattenai, de gouverneur van de provincie Trans-Eufraat, en Setar-Boznai, en diens ambtgenoten, bestuurders van de genoemde provincie, aan koning Darius hebben gezonden.
Gerelateerd aan Ezra 4:7

Ezra 4:17

De koning stuurde het volgende antwoord: 'Aan Rechum, het hoofd van de kanselarij, en aan Simsai, de hofschrijver, en aan hun overige ambtgenoten die wonen in Samaria en de rest van de provincie Trans-Eufraat: wij wensen u vrede!