Gerelateerd aan Ezra 4:3
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Nehemia 2:20
Dit was mijn antwoord: 'Het is de God van de hemel die ons doet slagen. Wij, zijn dienaren, beginnen met de herbouw. U hoort niet in Jeruzalem, u kunt er geen rechten laten gelden, hier is niets dat aan u herinnert.'
Gerelateerd aan Ezra 4:3
3 Johannes 1:9
Ik heb hierover al aan de gemeente geschreven, maar Diotrefes, die daar de dienst wil uitmaken, trekt zich niets van ons aan.
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Mattheüs 10:16
Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Johannes 4:22
Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden.
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Jesaja 44:28
Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder, alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer: hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen en voor de tempel de fundering te leggen.’
Gerelateerd aan Ezra 4:3
2 Kronieken 36:22
In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging in vervulling wat de HEER Jeremia had laten aankondigen. Hij zette de koning ertoe aan om in zijn hele koninkrijk mondeling en ook schriftelijk het volgende besluit bekend te laten maken:
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Romeinen 9:4
omwille van hen, de Israëlieten, die God als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie hij zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken;
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Ezra 6:3
'In zijn eerste regeringsjaar heeft koning Cyrus het volgende bevel gegeven aangaande de tempel van God in Jeruzalem: De tempel moet worden herbouwd, op de plaats waar geofferd wordt. De fundamenten moeten dezelfde blijven, en hij moet zestig el hoog worden en zestig el breed.
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Handelingen 8:21
U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht.
Gerelateerd aan Ezra 4:3
Jesaja 45:4
Omwille van mijn dienaar Jakob, van Israël, dat ik heb uitgekozen, heb ik je bij je naam geroepen en je met een erenaam getooid, ofschoon je me niet kende.