Gerelateerd aan Ezra 2:59-63

Gerelateerd aan Ezra 2:59

Nehemia 7:61

(61-62) Verder nog zij die kwamen uit Tel-Melach, Tel-Charsa, Kerub, Addon en Immer, 642 afstammelingen van Delaja, Tobia en Nekoda. Zij konden echter niet aantonen dat de families waartoe zij behoorden Israëlitisch waren.
Gerelateerd aan Ezra 2:61

2 Samuel 17:27

Toen David in Machanaïm aankwam, werd hij bevoorraad door Sobi, de zoon van Nachas, uit Rabba, de hoofdstad van Ammon, door Machir, de zoon van Ammiël, uit Lo-Debar en door de Gileadiet Barzillai uit Rogelim.
Gerelateerd aan Ezra 2:61

1 Koningen 2:7

Maar de zonen van Barzillai uit Gilead moet je goed behandelen. Laat hen aan je hof te gast zijn, want zij hebben mij gastvrij onthaald toen ik op de vlucht was voor je broer Absalom.
Gerelateerd aan Ezra 2:61

2 Samuel 19:31

(19:32) De Gileadiet Barzillai was uit Rogelim gekomen en had de koning vergezeld naar de Jordaan om hem uitgeleide te doen bij de oversteek van de rivier.
Gerelateerd aan Ezra 2:61

Nehemia 7:63

Dat gold ook voor de priesterfamilies Chobaja, Hakkos en Barzillai (zij heetten zo sinds hun stamvader een van de dochters van de Gileadiet Barzillai tot vrouw genomen had).
Gerelateerd aan Ezra 2:62

Numeri 3:10

Aäron en zijn zonen zelf moet je opdragen het priesterschap uit te oefenen. Iedere onbevoegde die te dicht bij het heiligdom komt zal gedood worden.'
Gerelateerd aan Ezra 2:62

Numeri 16:39

(17:4) (4-5) De priester Eleazar pakte de bronzen vuurbakken waarmee door hen die door de vlam gedood waren een offer was gebracht; ze werden geplet en met de platen werd het altaar bekleed; zo had de HEER het bij monde van Mozes aan Eleazar opgedragen. Deze platen moeten de Israëlieten eraan herinneren dat een onbevoegde, iemand die niet van Aäron afstamt, niet in de nabijheid van de HEER mag komen om hem een reukoffer te brengen; zo iemand zal het vergaan als Korach en zijn aanhangers.
Gerelateerd aan Ezra 2:62

Numeri 18:7

Maar jij en je zonen verrichten alle priesterlijke taken bij het altaar en in de ruimte achter het voorhangsel. Dat is jullie werk. Ik geef jullie het priesterschap als een geschenk. Iedere onbevoegde daarentegen die te dicht bij het heiligdom komt zal gedood worden.'
Gerelateerd aan Ezra 2:62

Leviticus 21:21

Geen enkele nakomeling van de priester Aäron die een gebrek heeft, mag aantreden om de offergaven aan de HEER aan te bieden. Omdat hij een gebrek heeft mag hij niet aantreden om voedsel aan zijn God aan te bieden.
Gerelateerd aan Ezra 2:62

Ezechiel 44:10

De Levieten die zich van mij hebben afgewend toen Israël zich van mij afkeerde en achter zijn afgoden aanging, zullen hun straf niet ontlopen.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Exodus 28:30

Leg in de borsttas de twee orakelstenen, zodat Aäron ze op zijn hart draagt wanneer hij voor de HEER verschijnt; in de tegenwoordigheid van de HEER moet hij de stenen voor de orakels over de Israëlieten altijd op zijn hart dragen.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Leviticus 2:10

Wat er van het graanoffer overblijft, is bestemd voor Aäron en zijn zonen; als deel van de offergaven voor de HEER is dat allerheiligst.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Numeri 27:21

Wanneer er een beslissing moet worden genomen, moet hij zich tot de priester Eleazar wenden, en die raadpleegt dan ten overstaan van de HEER de orakelstenen. Zijn uitspraak bepaalt of Jozua met de andere Israëlieten een veldtocht moet ondernemen of niet.'
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Leviticus 2:3

Wat er van het graanoffer overblijft, is bestemd voor Aäron en zijn zonen; als deel van de offergaven voor de HEER is dat allerheiligst.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Nehemia 8:9

Nehemia-hij was de landvoogd-, Ezra, de priester en schrijver, en de Levieten die het volk uitleg gaven, zeiden tegen iedereen: 'Deze dag is gewijd aan de HEER, uw God; rouw dus niet, en huil niet!' Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Leviticus 22:10

Wie niet tot de priesterfamilie behoort, mag niet van de heilige gaven eten. Iemand die bij een priester te gast is of bij hem in loondienst is, mag er niet van eten.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Nehemia 7:65

De landvoogd liet hun weten dat ze niet van de allerheiligste offergaven mochten eten totdat er een priester was die met behulp van de orakelstenen uitspraak kon doen.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Leviticus 6:17

(6:10) Het mag niet met zuurdesem worden gebakken. Ik schenk het hun als aandeel in mijn offergaven; het is allerheiligst, net als het reinigingsoffer en het hersteloffer.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Leviticus 8:8

en deed hem de borsttas voor, waarin hij de twee orakelstenen legde.
Gerelateerd aan Ezra 2:63

Nehemia 10:1

(10:2) Dit zijn degenen die hun zegel zetten: Landvoogd Nehemia, de zoon van Chachalja, Sidkia,
1
2
Volgende