Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Ezechiel 27:35

Verbijsterd zijn de kustbewoners, hun koningen rijzen de haren te berge, hun gezicht is van angst verwrongen.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Ezechiel 26:16

Alle vorsten van de zee zullen van hun troon afdalen, hun mantels afleggen en hun kleurige gewaden uittrekken, gehuld in het kleed van de angst zullen ze op de grond gaan zitten, onophoudelijk bevend, verbijsterd over je val.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Jeremia 51:9

Maar de artsen zeggen: “We hebben geprobeerd haar te genezen, ze was niet te redden. Laat haar achter, wij gaan terug naar ons eigen land. Deze straf gaat elke aardse maat te boven, dit vonnis reikt tot aan de wolken.”
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

1 Koningen 9:8

en van deze tempel zal alleen een puinhoop overblijven, zodat ieder die er voorbijkomt zal huiveren en sissen van afschuw. En wie zich afvraagt waarom de HEER zo tegen dit land en deze tempel is opgetreden,
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Ezechiel 30:9

Op die dag zal ik boden per schip naar het onbezorgde Nubië sturen en het doen beven; sidderen zal het op de dag dat Egypte getroffen wordt-en die dag komt!
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Exodus 15:14

Alle volken hoorden het, alle volken huiverden, de Filistijnen beefden, ze krompen van angst ineen,
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Openbaring 18:10

Ze blijven op een afstand, ontzet door de straf die zij krijgt, en zeggen: "Wee! Wee Babylon, grote, sterke stad! In één uur tijd is je vonnis voltrokken!"
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Zacharia 11:2

Klaag, cipres, want gevallen is de ceder: de machtigen zijn geveld. Huil, eiken van Basan, want gevallen is het ondoordringbare woud.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Deuteronomium 29:24

(29:23) bij ieder volk rijst dan de vraag: “Waarom behandelt de HEER dit land zo? Waarom is zijn toorn zo hevig opgelaaid?”
Gerelateerd aan Ezechiel 32:10

Deuteronomium 32:41

Ik wet mijn bliksemend zwaard, ik ga het vonnis voltrekken. Ik zal mij wreken op mijn vijanden, ik reken af met wie mij haatten.