Gerelateerd aan Ezechiel 29:1
Gerelateerd aan Ezechiel 29:1
Ezechiel 29:17
Op de eerste dag van de eerste maand in het zevenentwintigste jaar richtte de HEER zich tot mij:
Gerelateerd aan Ezechiel 29:1
Ezechiel 26:1
In het elfde jaar, op de eerste dag van de maand, richtte de HEER zich tot mij:
Gerelateerd aan Ezechiel 29:1
Ezechiel 20:1
In het zevende jaar, op de tiende dag van de vijfde maand, kwam een aantal van de oudsten uit Israël bij mij om de HEER te raadplegen. Toen ze tegenover mij hadden plaatsgenomen,
Gerelateerd aan Ezechiel 29:1
Ezechiel 8:1
In het zesde jaar, op de vijfde dag van de zesde maand, toen ik in mijn huis zat met de oudsten van Juda tegenover me, werd ik opnieuw gegrepen door de hand van God, de HEER.
Gerelateerd aan Ezechiel 29:1
Ezechiel 1:2
(2-3) (Op de vijfde dag van die maand, en wel in het vijfde jaar van koning Jojachins ballingschap, richtte de HEER zich tot de priester Ezechiël, de zoon van Buzi, in het land van de Chaldeeën, bij het Kebarkanaal. Daar werd hij door de hand van de HEER gegrepen.)
Gerelateerd aan Ezechiel 29:1
Ezechiel 40:1
Op de tiende dag van de maand, aan het begin van het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, het veertiende jaar na de val van de stad, op precies die dag werd ik door de hand van de HEER gegrepen en weggevoerd.