Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Richteren 11:33
Jefta sloeg hen terug van Aroër tot Minnit en Abel-Keramim en nam daarbij niet minder dan twintig steden in. Zo bracht hij een zware nederlaag toe aan de Ammonieten, die het hoofd moesten buigen voor de Israëlieten.
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
1 Koningen 5:9
(5:23) Mijn knechten zullen ze van de Libanon naar de kust brengen. Ik zal er vlotten van laten maken om ze over zee te vervoeren naar de plaats die u me opgeeft. Daar zal ik ze weer uit elkaar laten halen, zodat u de stammen kunt meenemen. In ruil daarvoor verzoek ik u mijn hof van levensmiddelen te voorzien.'
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Jeremia 8:22
Er is toch balsem in Gilead, daar zijn toch heelmeesters? Waarom geneest mijn volk dan niet?
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Genesis 43:11
Toen zei Israël tegen hen: ‘Als het niet anders kan, goed, maar doe dan het volgende. Vul een aantal kruiken met het beste wat het land te bieden heeft en neem dat als geschenk voor die man mee: een beetje balsem, wat honing, gom en cistushars, en verder pistachenoten en amandelen.
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
2 Kronieken 2:10
(2:9) Ik zal uw houthakkers belonen met twintigduizend kor tarwegries, twintigduizend kor gerst, twintigduizend bat wijn en twintigduizend bat olijfolie.'
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Ezra 3:7
De steenhouwers en andere vaklieden werden uitbetaald in zilver; de Sidoniërs en Tyriërs ontvingen voedsel, drank en olie om, met toestemming van Cyrus, de koning van Perzië, cederhout over zee van de Libanon naar Jafo te vervoeren.
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Deuteronomium 32:14
met melk van koeien en geiten, met vlees van Basans rammen, met vet van lammeren en bokken, met de fijnste bloem van tarwe en met wijn, het bloed van druiven.
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Deuteronomium 8:8
een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing,
Gerelateerd aan Ezechiel 27:17
Handelingen 12:20
Destijds was Herodes de inwoners van Tyrus en Sidon vijandig gezind. De beide steden stuurden gezamenlijk enkele afgezanten naar het hof, waar ze Blastus, de kamerheer van de koning, voor hun zaak wisten te winnen. Ze wilden vrede sluiten omdat hun gebied voor de voedselvoorziening afhankelijk was van dat van de koning.