Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Esther 1:6

Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Ezechiel 44:16

Ze mogen in mijn heiligdom komen en dienst doen bij mijn tafel; ze moeten mij trouw dienen.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Jeremia 44:17

Wij doen onze geloften gestand, wij blijven voor de koningin van de hemel wierook branden en wij blijven haar wijnoffers brengen. Dat deden wij, onze voorouders, onze koningen en leiders ook in de steden van Juda en de straten van Jeruzalem. Toen hadden we meer dan voldoende te eten; we waren gelukkig en bleven gevrijwaard van onheil.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Jesaja 65:11

Maar jullie die de HEER hebben verlaten en mijn heilige berg veronachtzaamd, die voor de god van het geluk de tafel dekten en voor de god van het fortuin de kruiken vulden,
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Amos 6:4

Jullie liggen maar op je ivoren bedden, hangen op je divans, eten lammeren uit de kudde en kalveren uit de stal.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Jesaja 57:7

Je plaatste je bed op een hoogverheven berg, je ging de berg op om een offer te brengen.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Amos 2:8

Ze strekken zich naast de altaren uit op kleren die ze in onderpand hebben, en in het huis van hun God drinken ze wijn die als boete was ontvangen.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Hosea 2:8

(2:10) Zij beseft niet dat ik het was die haar koren, wijn en olie gaf. Het zilver en goud waarmee ik haar verrijkte, werd besteed aan een Baälsbeeld.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Spreuken 7:16

Ik heb mijn bed al opgemaakt met kostbaar linnen, met bontgekleurde dekens uit Egypte.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Ezechiel 16:18

Je kleedde ze aan met je mooie kleren, je bood ze mijn olie en wierook als offer aan.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:41

Maleachi 1:7

Jullie brengen verwerpelijk voedsel naar mijn tafel, en zeggen dan: 'Hoezo hebben wij u verworpen?' Door te beweren dat mijn altaar de moeite niet waard is!