Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Ezechiel 25:10
Net als Ammon zal ik Moab in eigendom geven aan de stammen uit het oosten. Geen volk zal zich de Ammonieten ooit nog herinneren.
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Maleachi 4:1
(3:19) Die dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid-zegt de HEER van de hemelse machten. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven.
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Ezechiel 20:47
(21:3) Zeg: "Luister naar de woorden van de HEER ! Dit zegt God, de HEER: Ik steek je in brand, en het vuur zal al het levende en dorre hout verteren. De laaiende vlam zal niet doven, alle gezichten, in noord en zuid, zullen erdoor worden verschroeid,
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Ezechiel 21:30
(21:35) Terug in je schede! Daar waar je gemaakt bent, in het land waar je vandaan komt, zal ik je straffen.
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Numeri 23:19
God is geen mens, dat hij zijn woord zou breken of terug zou komen op zijn besluit. Zou hij beloven en niet vervullen, zijn woord geven en het niet gestand doen?
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Mattheüs 3:10
De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Zefanja 2:9
Daarom, zo waar ik leef-spreekt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël-zal Moab worden als Sodom en Ammon als Gomorra: een distelveld, een zoutput, voor altijd een woestenij. Wat er nog over is van mijn volk zal ze plunderen, wat er van mijn natie nog rest zal ze in bezit nemen.
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Mattheüs 3:12
hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.’
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Mattheüs 24:35
Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.
Gerelateerd aan Ezechiel 21:32
Jesaja 34:3
Gesneuvelden blijven onbegraven liggen, de stank van hun lijken stijgt op; de bergen druipen van hun bloed.