Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Ezechiel 7:19

Hun zilver gooien ze op straat, hun goud ligt in het slijk, als de toorn van de HEER hen treft, kan goud noch zilver hen redden. Hun maag blijft leeg, de honger blijft hen kwellen, goud en zilver brachten hen ten val.
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Hosea 10:1

Israël was een weelderige wijnstok, die volop vruchten voortbracht. Maar hoe meer vrucht de wijnstok droeg, hoe meer er op de altaren kwam; en hoe rijker het land, hoe rijker versierd de gewijde stenen.
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Jeremia 3:9

En door haar lichtzinnig overspel met goden van steen en hout wierp ze een smet op dit land.
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Jeremia 2:27

Ze zeggen tegen een blok hout: “U bent onze vader, ”tegen een stuk steen: “U hebt ons gebaard.” Ze hebben mij de rug toegekeerd, ze kijken mij niet langer aan. Maar als ze in nood zijn, roepen ze: “Kom toch, red ons!”
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Hosea 2:13

(2:15) Ik zal haar straffen voor de feesten die ze aan de Baäls wijdde en waarop ze hun offers bracht; uitgedost met ringen en halssieraden liep ze achter haar minnaars aan. Maar mij vergat ze-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Jesaja 57:7

Je plaatste je bed op een hoogverheven berg, je ging de berg op om een offer te brengen.
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Ezechiel 23:14

En Oholiba liet het niet bij dit overspel. Toen ze op een muur mannen getekend zag, in rode kleuren, Chaldeeën
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Exodus 32:1

Het volk wachtte lang op Mozes. Toen hij maar niet van de berg afkwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: 'Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.'
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Ezechiel 16:11

Ik tooide je met sieraden, ik deed armbanden om je polsen en een ketting om je hals,
Gerelateerd aan Ezechiel 16:17

Jesaja 44:19

Het dringt niet tot hen door, ze missen de kennis en het inzicht om te bedenken: Met de ene helft heb ik een vuur gestookt, op de gloeiende houtskool heb ik brood gebakken en vlees geroosterd om te eten. Van wat overbleef heb ik een gruwelijk beeld gemaakt. Ik buig me dus neer voor een blok hout.