Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 7:19
Hun zilver gooien ze op straat, hun goud ligt in het slijk, als de toorn van de HEER hen treft, kan goud noch zilver hen redden. Hun maag blijft leeg, de honger blijft hen kwellen, goud en zilver brachten hen ten val.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 14:7
Alle Israëlieten en ook de vreemdelingen die in Israël leven, ieder die zich van mij heeft afgewend, ieder die zijn afgoden koestert, die niets anders voor ogen heeft dan de zonde die hem ten val brengt en dan toch naar een profeet gaat om mij te raadplegen, die zal ik, de HEER, zelf antwoorden.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Jesaja 1:15
Wanneer jullie je handen opheffen, wend ik mijn ogen af, ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet. Aan jullie handen kleeft bloed!
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 20:3
'Mensenkind, zeg tegen de oudsten van Israël: "Dit zegt God, de HEER: Komen jullie mij raadplegen? Zo waar ik leef: ik zal me beslist niet door jullie laten raadplegen! -spreekt God, de HEER."
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 20:16
Ze leefden immers niet naar mijn voorschriften, ze negeerden mijn wetten en hielden zich niet aan de sabbat: hun hart ging uit naar hun afgoden.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Jeremia 11:11
Daarom-dit zegt de HEER: Ik tref hen met onheil waaraan ze niet kunnen ontkomen. Ze zullen mij om hulp roepen, maar ik zal niet naar hen luisteren.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
1 Petrus 2:8
En: 'Het is een steen waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.' Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Spreuken 28:9
Als je geen gehoor geeft aan de wet, is zelfs je gebed de HEER een gruwel.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
2 Koningen 3:13
maar Elisa zei tegen de koning van Israël: 'Wat wilt u van mij? Gaat u maar naar de profeten van uw vader en moeder.' 'Nee, 'zei Joram, 'want het is de HEER die deze drie koningen bijeen heeft gebracht om ze aan Moab uit te leveren.'
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Efeze 5:5
Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is-dat is allemaal afgoderij-geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 20:31
Maken jullie jezelf niet nog altijd onrein met jullie offergaven, door je eigen kinderen als offer te verbranden en afgoden te vereren? En moet ik mij dan door jullie laten raadplegen, volk van Israël? Zo waar ik leef, ik zal mij beslist niet door jullie laten raadplegen!
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Spreuken 15:29
De HEER is ver verwijderd van de goddelozen, het gebed van de rechtvaardigen hoort hij.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 14:4
Zeg tegen hen: "Dit zegt God, de HEER: Elke Israëliet die bij een profeet komt en intussen zijn afgoden koestert en niets anders voor ogen heeft dan de zonde die hem ten val brengt, zal ik het antwoord geven dat hij met zijn afgoderij verdient.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 44:12
Omdat ze de Israëlieten gediend hebben bij hun afgoderij, en hen zo verleidden tot de zonde die hen ten val bracht, zweer ik-spreekt God, de HEER -dat zij hun straf niet zullen ontlopen.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Psalmen 66:18
Had ik kwaad in mijn hart gevonden, de Heer had mij niet gehoord.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 36:25
Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Jeremia 44:16
‘Wij schenken geen gehoor aan wat u in de naam van de HEER tegen ons gezegd hebt.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Ezechiel 3:20
Als een goed mens zich niet langer rechtvaardig gedraagt maar onrecht doet, en als ik hem dan ten val breng, zal hij sterven als jij hem niet waarschuwt. Hij zal sterven als gevolg van zijn zondig gedrag, en zijn goede daden zullen niet meer tellen, maar ik zal jou voor zijn dood ter verantwoording roepen.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Spreuken 21:27
Het offer van de goddelozen is een gruwel, vooral als de bedoeling slecht is.
Gerelateerd aan Ezechiel 14:3
Lukas 20:8
Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.’
1
2