SV
12Toen ging Mozes en Aaron uit van Farao; en Mozes riep tot den HEERE, ter oorzake der vorsen, die Hij Farao had opgelegd.
13En de HEERE deed naar het woord van Mozes; en de vorsen stierven, uit de huizen, uit de voorzalen, en uit de velden.
14En zij vergaderden ze samen bij hopen, en het land stonk.
15Toen nu Farao zag, dat er verademing was, verzwaarde hij zijn hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk als de HEERE gesproken had.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
12And Moses and Aaron went out from Pharaoh: and Moses cried unto the LORD because of the frogs which he had brought against Pharaoh.
13And the LORD did according to the word of Moses; and the frogs died out of the houses, out of the villages, and out of the fields.
14And they gathered them together upon heaps: and the land stank.
15But when Pharaoh saw that there was respite, he hardened his heart, and hearkened not unto them; as the LORD had said.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version