Gerelateerd aan Exodus 28:30

Gerelateerd aan Exodus 28:30

Ezra 2:63

De landvoogd liet hun weten dat ze niet van de allerheiligste offergaven mochten eten totdat er een priester was die met behulp van de orakelstenen uitspraak kon doen.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Nehemia 7:65

De landvoogd liet hun weten dat ze niet van de allerheiligste offergaven mochten eten totdat er een priester was die met behulp van de orakelstenen uitspraak kon doen.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Deuteronomium 33:8

Over Levi zei hij: ‘HEER, u vertrouwt uw orakelstenen toe aan Levi, uw vertrouweling. U stelde hem op de proef bij Massa, daagde hem uit bij het water van Meriba.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Numeri 27:21

Wanneer er een beslissing moet worden genomen, moet hij zich tot de priester Eleazar wenden, en die raadpleegt dan ten overstaan van de HEER de orakelstenen. Zijn uitspraak bepaalt of Jozua met de andere Israëlieten een veldtocht moet ondernemen of niet.'
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Leviticus 8:8

en deed hem de borsttas voor, waarin hij de twee orakelstenen legde.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

1 Samuel 28:6

Hij raadpleegde de HEER, maar de HEER gaf geen antwoord: noch in dromen, noch door middel van orakelstenen, noch bij monde van profeten.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Hebreeën 4:15

Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

1 Samuel 30:7

Hij vroeg de priester Abjatar, de zoon van Achimelech, om met het priestergewaad bij hem te komen. Abjatar kwam met het priestergewaad
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Filippensen 1:7

Het spreekt vanzelf dat ik zo over u denk, want u allen ligt me na aan het hart. U hebt immers allen deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangen zit of de waarheid van het evangelie verdedig.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

2 Korinthe 6:11

Wij zeggen u dit alles ronduit, Korintiërs, want wij hebben u in ons hart gesloten.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Hebreeën 9:24

Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar hij nu bij God voor ons pleit.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Richteren 20:27

Daarna raadpleegden ze de HEER. De ark van het verbond met God bevond zich in die tijd namelijk in Betel,
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Hebreeën 9:12

voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

2 Korinthe 7:3

Ik zeg dit niet om u te beschuldigen, want ik heb u al eerder gezegd dat u ons zo na aan het hart ligt dat we met u in leven en sterven verbonden zijn.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

2 Korinthe 12:15

Ik wil graag alles wat ik bezit aan u geven, tot mezelf toe. Maar neemt uw liefde voor mij soms af naarmate mijn liefde voor u toeneemt?
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Zacharia 6:13

Hij is het die de tempel van de HEER zal herbouwen; hij is het die de koninklijke waardigheid zal dragen en zal heersen vanaf zijn troon. Er zal ook een priester zijn op een eigen troon, en samen zullen zij het land in goede vrede besturen.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Richteren 1:1

Na de dood van Jozua raadpleegden de Israëlieten de HEER: 'Wie van ons moet als eerste de strijd aanbinden met de Kanaänieten?'
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Richteren 20:18

Voor de aanvang van de strijd gingen de Israëlieten naar Betel om God te raadplegen: 'Wie van ons moet als eerste oprukken tegen de Benjaminieten?' vroegen ze. 'Juda, 'antwoordde de HEER.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Hebreeën 2:17

Daarom moest hij in alles gelijk worden aan zijn broeders en zusters; alleen dan zou hij in aangelegenheden tussen God en zijn volk een barmhartige en betrouwbare hogepriester zijn, die verzoening bewerkt voor hun zonden.
Gerelateerd aan Exodus 28:30

Richteren 20:23

Ze waren na afloop van de slag naar Betel gegaan en hadden daar tot de avond viel ten overstaan van de HEER hun leed geklaagd. Ten slotte hadden ze de HEER geraadpleegd en gevraagd of ze hun broeders, de Benjaminieten, opnieuw moesten aanvallen. 'Ja, 'had de HEER geantwoord, 'val hen aan.'
1
2
Volgende