Gerelateerd aan Efeze 6:19-20
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 4:29
Welnu, Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Kolossensen 4:3
En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen waarvoor ik gevangen zit,
Gerelateerd aan Efeze 6:19
2 Thessalonicensen 3:1
Voor het overige, broeders en zusters, bid voor ons. Bid dat het woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en evenzeer geprezen wordt als bij u.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
1 Thessalonicensen 5:25
Broeders en zusters, bid ook voor ons
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Hebreeën 13:18
Bid voor ons. We zijn er weliswaar van overtuigd dat ons geweten zuiver is, omdat we er op elk terrein naar streven het goede te doen,
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Kolossensen 2:2
Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus,
Gerelateerd aan Efeze 6:19
2 Korinthe 3:12
Dit is onze hoop, en daarom handelen we in alle openheid
Gerelateerd aan Efeze 6:19
2 Korinthe 8:7
U blinkt in alles uit: in geloof, in kennis en welsprekendheid, in inzet op elk gebied, in de liefde die wij in u hebben gewekt-blink dus ook uit in dit goede werk.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
1 Thessalonicensen 2:2
Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met zijn evangelie. Daarvoor hebben we ons tot het uiterste ingespannen.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Efeze 1:9
(9-10) dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 2:4
en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 9:27
Barnabas nam hem echter onder zijn hoede en bracht hem naar de apostelen, aan wie hij vertelde dat Saulus onderweg de Heer had gezien, dat hij met hem had gesproken en dat hij in Damascus vrijmoedig de naam van Jezus had verkondigd.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 4:13
Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 19:8
De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 4:31
Toen ze hun gebed beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven, en allen werden vervuld van de heilige Geest en spraken vrijmoedig over de boodschap van God.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 14:3
Paulus en Barnabas bleven geruime tijd in de stad en spraken vrijmoedig over Gods woord, vol vertrouwen in de Heer, die de verkondiging van zijn genade kracht bijzette door hen tekenen en wonderen te laten verrichten.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 28:31
Hij verkondigde het koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat hem iets in de weg werd gelegd.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 18:26
In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren. Toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen ze hem terzijde en legden hem uit wat de Weg van God precies inhield.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
1 Korinthe 4:1
Men moet ons beschouwen als dienaren van Christus, aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd.
Gerelateerd aan Efeze 6:19
Handelingen 13:46
Maar Paulus en Barnabas zeiden onomwonden: ‘De boodschap van God moest het eerst onder u worden bekendgemaakt, maar aangezien u die afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig acht, zullen we ons tot de heidenen wenden.
1
2
3