Gerelateerd aan Efeze 2:19
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Filippensen 3:20
Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Galaten 6:10
Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
1 Johannes 3:1
Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld hem niet kent.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Hebreeën 11:13
Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Hebreeën 12:22
Nee, u staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en voor duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn,
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Efeze 3:6
de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Galaten 3:26
want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Galaten 4:26
Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder,
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Mattheüs 10:25
Een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester, en de slaaf als zijn heer. Als ze de heer des huizes al Beëlzebul genoemd hebben, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten wel niet uitmaken?
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Efeze 3:15
die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Openbaring 21:12
Ze had een grote, hoge muur met twaalf poorten en bij elke poort stond een engel. Op de poorten waren namen geschreven: de namen van de twaalf stammen van Israëls zonen.
Gerelateerd aan Efeze 2:19
Efeze 2:12
bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God.