Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Exodus 17:2
Ze maakten Mozes verwijten. 'Geef ons te drinken, geef ons water!' zeiden ze. Mozes zei: 'Waarom maakt u mij verwijten? Waarom stelt u de HEER op de proef?'
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Numeri 21:5
'Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?' verweten ze God en Mozes. 'Om ons in de woestijn te laten sterven? We hebben geen brood en geen water, en we kunnen dit ellendige eten niet meer zien.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Exodus 16:2
(2-3) Daar in de woestijn begon het volk zich opnieuw te beklagen. 'Had de HEER ons maar laten sterven in Egypte, 'zeiden ze tegen Mozes en Aäron. 'Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten. U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht om ons hier allemaal van honger te laten omkomen.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Numeri 11:4
Het samenraapsel van vreemdelingen dat met hen meetrok, was onverzadigbaar, en ook de Israëlieten begonnen weer te klagen. 'Hadden we maar vlees te eten!' zeiden ze.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Numeri 25:2
Deze vrouwen nodigden hen uit voor de offerplechtigheden ter ere van hun goden, en het volk at van de offers en boog zich voor die goden neer.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Exodus 14:11
Ze zeiden tegen Mozes: 'Waren er soms in Egypte geen graven, dat u ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven? Hoe kon u ons dit aandoen! Waarom hebt u ons uit Egypte weggehaald?
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Deuteronomium 31:27
Want, Israël, ik weet hoe opstandig en onhandelbaar u bent: tijdens mijn leven hebt u zich al steeds tegen de HEER verzet, hoe zal het dan niet gaan na mijn dood!
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Numeri 14:1
Hierop barstte het hele volk in tranen uit, heel de nacht door klonk hun gejammer.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Efeze 2:11
Bedenk daarom dat u-u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn-
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Ezechiel 16:61
Als je grote en je kleine zusters weer bij je komen, zul je over je gedrag nadenken en je ervoor schamen. Je zult ze van mij als dochters krijgen, al maken zij van het verbond geen deel uit.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Deuteronomium 8:2
Denk aan de tocht die de HEER, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u zijn macht laten voelen en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Numeri 16:1
(1-2) De Leviet Korach, de zoon van Jishar, de zoon van Kehat, en de Rubenieten Datan en Abiram, de zonen van Eliab, en On, de zoon van Pelet, kwamen tegen Mozes in opstand. Ze werden gesteund door tweehonderdvijftig leiders van de Israëlieten, achtenswaardige mannen, de aanzienlijkste van de gemeenschap.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
1 Timotheüs 1:13
hoewel ik hem vroeger heb bespot, vervolgd en beschimpt. Toch heeft hij zich over mij ontfermd, omdat ik door mijn ongeloof niet wist wat ik deed.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Numeri 20:2
Toen er geen water meer was, liep het volk tegen Mozes en Aäron te hoop.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Psalmen 95:8
'Wees niet koppig als bij Meriba, als die dag bij Massa, in de woestijn,
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Ezechiel 36:31
Jullie zullen je al je dwaalwegen en wandaden herinneren, en jullie zullen van jezelf walgen vanwege jullie gruwelijke zonden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Deuteronomium 32:5
Maar zijn kinderen werden hem ontrouw: tot hun schande gaven zij hun kindschap op. Vals en trouweloos is dit volk.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Psalmen 78:8
Dan zouden zij niet worden als hun voorouders, een onwillig en opstandig geslacht, onstandvastig van hart en geest, een geslacht dat God ontrouw was.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
1 Korinthe 15:9
Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:7
Ezechiel 20:43
Daar zullen jullie denken aan de daden waarmee je jezelf onrein hebt gemaakt. Jullie zullen van jezelf walgen vanwege al het kwaad dat jullie hebben gedaan.
1
2