Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
Deuteronomium 4:16
misdraag u niet door een godenbeeld te maken, een afbeelding van welk wezen dan ook, man of vrouw,
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
Deuteronomium 31:16
De HEER zei tegen Mozes: ‘Als jij bij je voorouders te ruste bent gegaan, zal het volk mij ontrouw worden en zich afgeven met de vreemde goden die zij zullen aantreffen in het land waar ze heen gaan. Ze zullen mij verlaten en het verbond dat ik met hen gesloten heb verbreken.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
Exodus 32:7
De HEER zei tegen Mozes: 'Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
1 Korinthe 10:22
Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
2 Koningen 21:2
Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER: hij gaf zich over aan de verfoeilijke praktijken van de volken die de HEER voor de Israëlieten verdreven had.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
Deuteronomium 31:29
Want ik weet dat u zich na mijn dood zult gaan misdragen en zult afwijken van de weg die ik u gewezen heb. Daarom zal ellende uiteindelijk uw deel zijn, want u zult doen wat slecht is in de ogen van de HEER : hem tergen met uw zelfgemaakte goden.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
2 Koningen 21:14
Wie er van mijn volk nog overblijven zal ik aan hun lot overlaten. Ik zal ze aan hun vijanden uitleveren, zodat hun vijanden ze kunnen plunderen en beroven.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
2 Kronieken 36:12
Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER, zijn God, en boog het hoofd niet voor Jeremia toen die hem in opdracht van de HEER waarschuwde.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
Hosea 9:9
Ze zijn diep gezonken, zoals destijds in Gibea. Nu zal de HEER hun wandaden in rekening brengen en hun zonden bestraffen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
2 Koningen 17:17
Ze verbrandden hun zonen en dochters als offer, deden aan waarzeggerij en probeerden voortekens te lezen. Zo tergden ze de HEER door zich erop toe te leggen te doen wat slecht is in zijn ogen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:25
Richteren 2:8
Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEER, was gestorven toen hij honderdtien jaar oud was.