Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
2 Koningen 17:16
Ze veronachtzaamden alle geboden van de HEER, hun God. Ze goten twee beelden in de vorm van een stierkalf en maakten een Asjerapaal. Ze aanbaden de hemellichamen en dienden Baäl.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
2 Koningen 21:3
Hij herstelde de offerplaatsen die zijn vader Hizkia verwijderd had, richtte nieuwe altaren op voor Baäl en maakte een nieuwe Asjerapaal, naar het voorbeeld van koning Achab van Israël. Hij aanbad de hemellichamen en diende die.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Genesis 2:1
Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Deuteronomium 17:3
door andere goden te vereren, de zon, de maan of de sterren, en daarvoor neer te knielen, hoewel ik dat verboden heb,
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Genesis 1:16
God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Psalmen 148:3
Loof hem, zon en maan, loof hem, heldere sterren,
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Psalmen 136:7
die de grote lichten maakte- eeuwig duurt zijn trouw-
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Romeinen 1:25
Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Psalmen 74:16
Van u is de dag, van u is de nacht, u hebt maan en zon een vaste plaats gegeven,
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Handelingen 7:42
Maar God keerde zich van hen af en liet hen de sterren en hemelgoden aanbidden, zoals in het boek van de Profeten geschreven staat: “Hebben jullie mij soms dierenoffers en brandoffers gebracht toen jullie veertig jaar door de woestijn trokken, volk van Israël?
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Jozua 10:12
Want op die dag, de dag dat de HEER de Amorieten aan Israël overleverde, had Jozua gebeden tot de HEER. In aanwezigheid van Israël sprak hij: 'Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Nehemia 9:6
U alleen bent de HEER, u hebt de hemel gemaakt, de hoogste hemel en alle hemellichamen, de aarde en de zeeën met alles wat daar leeft. U geeft aan alles het leven, voor u buigen de hemelse machten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Mattheüs 5:45
alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Amos 5:25
Israëlieten, hebben jullie mij die veertig jaar in de woestijn ooit zulke offers en gaven gebracht?
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Jeremia 31:35
Dit zegt de HEER, die de zon heeft gemaakt als het licht voor de dag, de maan en sterren als de lichten voor de nacht, die de zee opzweept, zodat de golven bruisen, wiens naam is HEER van de hemelse machten:
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
2 Koningen 23:11
Hij liet de paarden weghalen die de koningen van Juda ter ere van de zon hadden opgesteld vanaf de ingang van het tempelterrein tot aan het vertrek van de eunuch Netanmelech, en de zonnewagens liet hij verbranden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Zefanja 1:5
Ik zal wegvagen wie op het dak knielt voor het sterrenleger aan de hemel, wie knielt voor de HEER en trouw aan hem zweert, maar tegelijk ook aan Milkom.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Job 31:26
Keek ik ooit naar de zon, haar stralende licht, naar de maan in haar wassende pracht,
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Ezechiel 8:16
Hij bracht me naar de binnenhof van de tempel van de HEER. Bij de ingang, tussen de voorhal en het altaar, stonden ongeveer vijfentwintig mannen. Ze stonden met hun rug naar de tempel, met hun gezicht naar het oosten, en ze bogen zich in aanbidding neer voor de zon.
Gerelateerd aan Deuteronomium 4:19
Jeremia 8:2
en ze uitspreiden voor de zon, de maan en het sterrenleger aan de hemel. Die vereerden ze met zoveel overgave en die volgden ze, die vroegen ze om raad en daarvoor knielden ze. De beenderen zullen niet worden verzameld en begraven, maar als mest op de akkers blijven liggen.
1
2