Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Genesis 49:19

Gad, een roversbende belaagt hem, maar hij achtervolgt zijn belagers.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Psalmen 18:36

(18:37) u baande de weg voor mijn voeten, ik wankelde niet.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Genesis 9:26

Geprezen zij de HEER, de God van Sem; knecht van Sem zal Kanaän zijn.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

1 Kronieken 5:18

Ruben, Gad en Oost-Manasse hadden een legermacht van vierenveertigduizend zevenhonderdzestig geoefende en strijdvaardige krijgslieden, bewapend met kleine schilden, zwaarden en bogen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

1 Kronieken 4:10

Jabes bad tot de God van Israël: 'Zegen mij: maak mijn grondgebied groot en bescherm me tegen het kwaad, zodat ik geen pijn hoef te lijden.' God gaf hem wat hij gevraagd had.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Micha 5:8

(5:7) Wat er van Jakob is overgebleven, te midden van grote volken, zal zijn als een machtige leeuw tussen het wild, als een leeuw die de kudde binnendringt, een leeuw die vertrapt en verscheurt, en er is niemand die hem tegenhoudt.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Jozua 13:24

Mozes had aan de stam Gad, aan de families van die stam, het volgende grondgebied toegewezen:
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Psalmen 18:19

(18:20) Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte, bevrijdde mij, omdat hij mij liefhad.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

1 Kronieken 12:37

(12:38) en van de overkant van de Jordaan, uit de stammen Ruben, Gad en Oost-Manasse: 120.000 man, uitgerust met allerlei soorten wapens en oorlogstuig.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

1 Kronieken 12:8

(12:9) Ook uit de stam Gad sloten zich dappere, ervaren krijgslieden bij David aan toen hij zich in rotsholen in de woestijn verschanst hield. Zij waren uitgerust met grote schilden en lansen. Ze waren vervaarlijk als leeuwen en snel als gazellen in de bergen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 33:20

Jozua 13:8

De stammen Ruben en Gad en de eerste helft van de stam Manasse hadden reeds het grondgebied ontvangen dat Mozes, de dienaar van de HEER, hun ten oosten van de Jordaan had toegewezen.