Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Jesaja 66:16
De HEER zal over al wat leeft een oordeel vellen, te vuur en te zwaard, en tallozen worden door hem doorboord.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Jesaja 34:5
Want mijn zwaard verschijnt aan de hemel. Het valt neer op Edom, als een oordeel over het volk dat mijn banvloek treft.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Psalmen 7:12
(7:13) Maar de vijand scherpt opnieuw zijn zwaard, hij spant zijn boog en legt aan,
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Jesaja 27:1
Op die dag zal de HEER ingrijpen: hij trekt zijn groot en machtig zwaard tegen Leviatan, de snelle, kronkelende slang, en hij zal Leviatan doden, het monster in de zee.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Jesaja 59:18
Hij zal ieder naar zijn daden vergelden: woede voor zijn vijanden, wraak voor zijn tegenstanders; ook op de eilanden wreekt hij zich.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Ezechiel 21:9
(21:14) 'Mensenkind, profeteer, zeg: "Dit zegt de HEER: Er is een zwaard gewet, er is een zwaard geslepen,
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Zefanja 2:12
Nubiërs, jullie worden door mijn zwaard doorboord!
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Exodus 20:5
Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Jeremia 50:29
Stuur boogschutters naar Babel, sla het beleg voor de stad, laat niemand ontkomen. Vergeld wat ze heeft aangericht, doe met haar wat ze zelf heeft gedaan. Ze was hoogmoedig tegenover de HEER, de Heilige van Israël.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Romeinen 1:30
en spreken kwaad, haten God, zijn hoogmoedig, trots en verwaand. Ze zijn vindingrijk in het kwaad, tonen geen ontzag voor hun ouders,
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Deuteronomium 5:9
Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
2 Timotheüs 3:4
en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn. Het genot zullen ze meer liefhebben dan God,
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Jesaja 1:24
Daarom-zo spreekt de HEER van de hemelse machten, de sterke God van Israël: Wee hun, ik zal me wreken op mijn tegenstanders, mijn woede koelen op mijn vijanden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Markus 1:2
Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Romeinen 8:7
Onze eigen wil staat vijandig tegenover God, want hij onderwerpt zich niet aan zijn wet en is daar ook niet toe in staat.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Deuteronomium 32:35
voor de dag dat ik wraak ga nemen, het tijdstip waarop ik hun kwaad vergeld, wanneer aan hun voorspoed een einde komt. Want de dag van hun ongeluk is nabij, hun noodlot komt onafwendbaar op hen af.”
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Ezechiel 21:20
(21:25) Langs de ene weg gaat het zwaard naar Rabba in Ammon, langs de andere naar het versterkte Jeruzalem in Juda.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:41
Jesaja 66:6
Er klinkt tumult in de stad, een luide stem uit de tempel: het is de stem van de HEER, die zijn vijanden vergeldt naar hun daden.