Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Romeinen 10:19

Maar dan vraag ik weer: heeft Israël de boodschap niet begrepen? Welnu, Mozes zegt al: 'Ik zal jullie afgunstig maken op een volk dat geen volk is, ik daag jullie uit met een volk zonder verstand.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

1 Koningen 16:26

Hij volgde in alle opzichten het voorbeeld van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten ertoe had aangezet te zondigen door de HEER, de God van Israël, met hun nietige afgoden te tergen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Romeinen 9:25

zoals ook bij Hosea staat geschreven: 'Wat mijn volk niet was, zal ik mijn volk noemen; wie mijn geliefde niet was, zal ik mijn geliefde noemen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

1 Koningen 16:13

omdat Basa en zijn zoon Ela gezondigd hadden en de Israëlieten ertoe hadden aangezet te zondigen door de HEER, de God van Israël, met hun nietige afgoden te tergen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Romeinen 11:11

Maar nu vraag ik weer: ze zijn toch niet gestruikeld om ten val te komen? Dat in geen geval, maar door hun overtreding konden de heidenen worden gered en daarop moesten zij afgunstig worden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Hosea 1:10

(2:1) Maar eens zullen de kinderen van Israël talrijk zijn als zandkorrels aan de zee, die niet te meten en niet te tellen zijn. En waar tegen hen gezegd is: 'Jullie zijn mijn volk niet meer, 'zullen ze weer kinderen van de levende God worden genoemd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Jona 2:8

(2:9) Zij die armzalige afgoden vereren, verlaten u, trouwe God.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Jeremia 8:19

Uit een ver land schreeuwt mijn volk om hulp: “Is de HEER niet op de Sion, oefent hij daar zijn koningschap niet uit?”’ ‘Waarom hebben ze mij met andere goden getergd, met nietige afgodsbeelden?’
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Psalmen 31:6

(31:7) Wie armzalige goden vereren-ik haat ze, ík vertrouw op de HEER.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Psalmen 78:58

griefden hem met hun offerdienst op de hoogten en wekten met hun godenbeelden zijn afgunst.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Deuteronomium 32:16

Ze tergden hem met vreemde goden, met gruwelijke beelden krenkten ze hem.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Jeremia 14:22

Brengen die nietige goden van andere volken soms regen, of schenkt de hemel buien uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch? Wij vestigen onze hoop op u, want u hebt alles gemaakt.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Jeremia 10:8

Allen zijn ze dom en dwaas, wat ze moeten leren is dit: die nietige beelden zijn maar hout.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

1 Korinthe 10:22

Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

Handelingen 11:15

Ik was nog maar nauwelijks begonnen te spreken, of de heilige Geest daalde op hen neer, zoals destijds ook op ons.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

1 Samuel 12:21

Dwaal niet af om achter iets aan te lopen dat niets oplevert en niet bevrijdt, omdat het niets is.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:21

1 Petrus 2:9

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.