Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Deuteronomium 8:3
U hébt zijn macht leren kennen: hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Efeze 5:18
Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Exodus 16:35
Veertig jaar lang aten de Israëlieten manna, tot ze in bewoond gebied kwamen; ze aten manna tot ze de grens van Kanaän bereikten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Numeri 20:8
'Neem de staf en roep met je broer Aäron de Israëlieten bijeen. In hun bijzijn moeten jullie de rots daar bevelen water te geven. Jullie zullen water voor hen uit de rots laten komen, en mensen en vee te drinken geven.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Exodus 16:12
'Ik heb gehoord hoe de Israëlieten zich beklagen. Zeg tegen hen: "Wanneer de avond valt zullen jullie vlees eten, en morgenochtend brood in overvloed. Dan zullen jullie inzien dat ik, de HEER, jullie God ben."'
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
1 Korinthe 10:4
en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde-en die rots was Christus.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Psalmen 78:24
manna om te eten regende op hen neer. Hij schonk hun het koren van de hemel,
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Nehemia 9:15
Wanneer ze honger hadden gaf u hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet u water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat u hun onder ede had beloofd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
Numeri 16:14
U hebt ons bepaald niet naar een land gebracht dat overvloeit van melk en honing, en ons ook geen akkers en wijngaarden gegeven. Denkt u dat u mannen als wij een rad voor ogen kunt draaien? We komen niet.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:6
1 Korinthe 9:25
Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.